Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

donderdag 28 juli 2016

Genealogisch blog 79



Tante Greet

Ik heb nog niet of nauwelijks geschreven over de oudste zus van mijn vader, tante Greet. Ik zou haar te kort doen door alleen over haar twee zussen te schrijven, want tante Greet was een bijzonder vrouw, een hele bijzondere, en ze was mijn meter.
Na haar schooltijd ging tante Greet als verpleegster werken in het Militaire Hospitaal aan de Hogeweg in Amersfoort. Ze had een militaire rang en droeg tijdens en na diensttijd een uniform, wanneer ze niet op een ziekenzaal werkte. Ik weet nog, dat ik, als kind, haar dat erg stoer vond staan. Ze had ook altijd van die truttige schoenen aan. Nooit een hakje of zo. Er straalde iets mannelijks van haar af. Tijdens haar werk in het Militair Hospitaal raakte tante Greet bevriend met Reinie, voor ons neven en nichten al gauw tante Reinie. Reinie kwam uit het Noorden van het land, maar bleef in huize Welling toch altijd een beetje een vreemde, omdat ze niet katholiek, maar protestant was.

Greet Welling
1950, Tante Greet als verpleegster

Het zal in de eerste helft van de vijftiger jaren geweest zijn, dat tante Greet haar werk als verpleegster opgaf en met haar vriendin naar Amsterdam verhuisde naar een spiksplinternieuwe flat aan de Joh. Jongkindstraat in Slotervaart. De flat van de tantes was zo ongeveer de eerste die klaar was. Verder was Slotervaart nog een grote bouwput. Toen wijzelf nog maar net in Amsterdam woonden, nam mijn vader ons kinderen op een zondagmiddag mee voor een bezoek aan tante Greet en Tante Reinie. Had mijn moeder even het rijk alleen. Ons stond een lange tramrit te wachten met lijn 17. Vol trots lieten de vriendinnen zien hoe ze de woning deelden en welke afspraken ze hadden over het gezamenlijk gebruik van spullen. Ieder had een eigen slaapkamer, zo lieten ze ons zien. Mijn vader legde ons in de tram terug naar huis uitvoerig uit, dat vrouwen, die niet getrouwd waren op die manier goedkoop samen een huis konden delen. Net als de moeder van Dirk en die andere mevrouw aan de overkant van onze straat, legde mijn vader uit. Ik ben daarna nooit meer bij de tantes thuis geweest. Daar zullen mijn ouders wel voor gezorgd hebben.

Greet Welling
1956, Op bezoek bij Trut en Treinie
In Amsterdam werkten tante Greet bij de Raad van Arbeid op de Wibautstraat en tante Reinie bij de Sociale verzekeringsbank op de Apollolaan, of omgekeerd. Ze gingen beiden aanvankelijk op de brommer naar hun werk, op een Berini met een lange leren jas aan. Later haalde tante Reinie haar rijbewijs en kochten de vrouwen een auto.
Na de Hongaarse Opstand was tante Greet op de een of andere manier in contact gekomen met een Hongaars gezin uit Székesfehérvár, een plaats tussen Boedapest en het Balatonmeer. Toen ze een keer bij ons was vroeg ze mij te gaan corresponderen met een dochter van het gezin. Dat kon gewoon in het Nederlands, want de moeder van het gezin was onze taal machtig. Dat leek me wel, een correspondentievriendin in Hongarije. Zou ook wel interessante postzegels opleveren. Na een paar brieven verwaterde de correspondentie om een onduidelijke reden. Maar tante Greet en tante Reinie gingen bijna ieder jaar op vakantie naar Hongarije. Ze vonden het een prachtig land en het was zo goedkoop daar.
Groot was de opschudding in de familie, toen tante Greet aankondigde de katholieke kerk de rug toe te keren en toe te treden tot de kerk waarvan ook tante Reinie lid was. Hoe kon hun dochter het nou in haar hoofd halen om het enige ware geloof de rug toe te keren, jammerden mijn opa en oma. Ook mijn vader snapte er niets van. Mijn moeder wel, maar liet dat niet merken om de consternatie niet nog groter te maken. Lange tijd kwam tante Greet niet meer thuis.
Tante Greet en tante Reinie, door ons omgedoopt tot “Trut en Treinie”, verhuisden naar Heereveen, en weer een paar jaar later naar Leeuwarden. Er was toen nauwelijks meer contact met de dames, die in het hoge Noorden van het land hun eigen leven leidden. Wij wisten ondertussen wel hoe de verhouding tussen Trut en Treinie was. Er werd in de familie niet over gesproken en bij familiefeesten was meestal alleen Trut aanwezig.
Begin 1996 kwam uit Leeuwarden het bericht, dat Greet Welling op 80-jarige leeftijd was overleden. Een paar dagen later zou de uitvaartdienst plaatsvinden in de kerk van de Pinkstergemeente in Leeuwarden. De Pinkstergemeente, waren Trut en Treinie daar lid van?, ongelooflijk. Met mijn zwager toog ik door wind en sneeuw naar Leeuwarden. Betrekkelijk vroeg kwamen we bij de kerk aan. Omdat het zulk slecht weer was besloten we maar naar binnen te gaan. Ergens achter in de kerk schoven we een bank binnen. Tot onze verbazing stond er voor in de kerk geen kist met het lichaam van de overledene. Langzaam druppelde de kerk vol. Ik keek achterom en zag in een hoek achterin de kerk de kist staan. Ik kon mijn ogen niet geloven! Op een gegeven moment kwam Tante Reinie de kerk binnen. Ze leek niet erg bedroefd. Een man, die kennelijk de leiding had over de dienst, kwam naar me toe en vroeg me of ik de neef van Greet was. Toen ik dat bevestigde, wenste hij me een goede dienst toe. Waar bemoeit die man zich mee, dacht ik nog.
De uitvaartdienst was een en al vrolijkheid. Er werd gezongen, geklapt en zelfs even gedanst. Met stijgende verbazing heb ik dat alles zitten bekijken. Bij de Heer zijn was een feest. Over tante Greet werd totaal niet gesproken, de aanwezigen waren alleen maar blij weer samen te zijn. Niemand bekommerde zich om de kist achterin de kerk. Na afloop van de dienst ben ik naar de kist gelopen en heb die in stilte aangeraakt. De begrafenisondernemer kwam en laadde de kist achterin de lijkwagen. Tante Greet werd in Oenkerk begraven links naast de kerk. Een prachtige plek, had ik enkele weken eerder ontdekt, toen ik daar was voor mijn werk.

Greet Welling
De kerk van Oenkerk

Ruim een jaar na de begrafenis van tante Greet werd ik gebeld door iemand van de Pinkstergemeente uit Leeuwarden. Uit de nalatenschap van tante Greet was voor elk van de neven en nichten fl. 40,- overgebleven. Formeel had ik daar natuurlijk recht op, maar de Pinkstergemeente zou het ten zeerste op prijsstellen, wanneer ik dat geld aan de kerk zou laten. Dat nooit!, schreeuwde ik haast door de telefoon. Alles aan mij uitbetalen en direct, de kerk krijgt geen cent van mij. Twee weken  later stond er fl. 40,- op mijn rekening bijgeschreven.

Tiel, 28-07-2016

dinsdag 26 juli 2016

Genealogisch blog 78



Steven en Egon

Het zal de eerste keer geweest zijn, dat ik de studiezaal van het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel bezocht. Vele jaren geleden, het archief was toen nog gevestigd aan de St. Agnietenstraat en nog niet gefuseerd met het Bommelse archief. Nog wat timide, omdat het mijn eerste bezoek aan een archief was, vroeg ik aan de medewerkster van de studiezaal of ze informatie hadden over het geslacht of de familie van Haeften. Zoals te doen gebruikelijk ging de medewerkster zoeken in de computer. Naast de vele informatie uit andere bronnen, die ikzelf op één van de twee computers in de studiezaal zou kunnen vinden, zo liet de medewerkster weten, moest er in het depot een map liggen met een aantal charters.

Regionaal Archief Rivierenland

Het Regionaal Archief Rivierenland (links) nog in de St. Agnietenstraat

De medewerkster liet de charters uit het depot halen. Terwijl ik wat zenuwachtig wachtte – ik zou voor het eerst oude documenten in mijn handen krijgen – neusde ik wat rond in de computer en vond bergen met informatie. Later heb ik al die informatie opgehaald en verwerkt in mijn stamboom van de familie Van Haeften. Na een klein kwartiertje zei de studiezaalmedewerkster, dat ik de charters kon inzien. Met potlood en papier installeerde ik me aan een tafel. Voorzichtig maakte ik de map open. Daar lagen zo maar aktes voor me uit de 18e en 19e eeuw. Sommige waren van papier, andere van perkament, vaak zo hard, dat ik uit moest kijken met openvouwen om de stukken niet te breken. Ik legde alle charters voor me neer, pakte er een en begon te lezen. Handgeschreven Nederlands van een paar honderd jaar geleden. Één charter was totaal onleesbaar geworden in de loop der jaren.

Toen ik de documenten gelezen had, kon ik een tweedeling aanbrengen. Als ik het me goed herinner, hadden vijf stukken te maken met transacties van de adellijke familie van Haeften, die op Kasteel Ophemert of in Huize Wadenoijen gewoond hadden. De andere stukken handelden over eigendomsoverdrachten van gronden, erfenissen en huwelijkse voorwaarden van Van Haeftens die in Wadenoijen woonden en namen hadden als Steven en Egon. Namen die niet in mijn stamboom voorkwamen en nog niet voorkomen.


Collectie van Haeften
 Collectie Familie van Haeften

Ik riep de medewerkster van de studiezaal erbij. Die bekeek wat ik had gedaan en zei, dat ze er iemand anders bij zou roepen. Even later verscheen Wim Veerman, de toenmalige directeur van het archief. Ik stelde hem op de hoogte van mijn bevindingen, waarop hij reageerde met: ”We zullen ernaar kijken”, en weer verder ging met zijn werk. Ik heb toen uit de voor mij relevante stukken gegevens over genomen voor mijn stamboom en ben naar huis gegaan.

Sinds een jaar of vier werk ik op dinsdagmiddag als vrijwilliger op het Regionale Archief Rivierenland, dat in Tiel, inmiddels al weer enkele jaren geleden, een nieuw pand betrokken heeft aan het J.S. de Jongplein met een speciale kamer waar de vrijwilligers hun werk kunnen doen. Mijn werkzaamheden bestaan uit het beschrijven van collecties, waarvoor dat nog niet gedaan is. Door die beschrijving kunnen de collecties digitaal doorzocht worden.

Steven en Egon van Haeften
 Archiefstukken over Steven en Egon van Haeften



Drie jaar geleden kondigde Martin de Bruijn, de toenmalige adjunct-directeur, met veel tamtam aan, dat hij nu een hele bijzondere collectie voor mij had om te beschrijven. Hij hoopte, dat ik met mijn deskundigheid orde in de chaos zou kunnen scheppen. Met een zeker gevoel voor theater legde Martin een map voor me neer, waarin bij openmaken de charters bleken te zitten, die ik bij mijn eerste bezoek aan het archief had bekeken. Ze zaten nog net zo in de map als ik ze destijds erin had gedaan met een papiertje tussen de charters, die betrekking hadden op de adellijke familie van Haeften en de niet-adellijke. Er was verder dus nooit wat met die map gedaan, was mijn conclusie. Ik moest wel even lachen.

Vervolgens ben ik aan de slag gegaan en heb de charters beschreven en geordend zoals vroeger. Het lukte me zelfs om van Steven en Egon en hun familie een kleine stamboom te maken, waardoor de relatie tussen de verschillende documenten duidelijk werd. Sindsdien is de collectie te raadplegen via de site van het archief.

Aanleiding tot dit verhaal vormde een mailtje, dat ik enkele weken geleden ontving van mijn genealogische vriend Onno van Haeften. Beiden houden we ons intensief bezig met de genealogie van het geslacht Van Haeften. We wisselen geregeld informatie uit en houden elkaar scherp, zijn elkaars vraagbaak. In genoemd mailtje vroeg Onno mij of ik Egon en zijn vader Steven van Haeften kende. Hij had hun namen gevonden op www.archieven.nl. En of ik Steven en Egon kende!, zo liet ik weten.


Rest nog de vraag waar de achternaam van Steven en Egon vandaan kwam. Op basis van gedegen onderzoek heb ik daarvoor geen verklaring. Het lijkt niet waarschijnlijk, dat voorouders van de beide mannen afkomstig waren uit het dorp Haaften. Dan zouden ze hun achternaam wel met “aa” geschreven hebben. Mijn aanname is, dat Steven en zijn voorouders gronden hebben gepacht van de Heren van Haeften, die op Kasteel Ophemert woonden of in Huize Wadenoijen. Door zich ook “Van Haeften” te noemen onderscheidden Steven c.s. zich van de overige pachters in Wadenoijen en omgeving. Ze waren er trots op gronden te pachten van de adellijke heren Van Haeften.


Tiel, 26-07-2016