Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

vrijdag 13 juli 2018

Genealogisch blog 303


Nominatie

Van de week las ik in de krant, dat de Radboud Universiteit, Erfgoed Gelderland, Historische Herberg Arnhem en de Provincie Gelderland gezamenlijk de verkiezing organiseren van de Grootste Gelderlander Aller Tijden. Een geweldig initiatief. Tot 1 oktober van dit jaar kan iedereen zijn of haar grootste Gelderlander aller tijden voordragen. Een deskundige jury stelt uit alle personen die zijn voorgedragen een uiteindelijke lijst van 20 namen samen. Daarna is het aan het publiek te bepalen wie uiteindelijk de grootste Gelderlander aller tijden wordt. Op 16 november a.s. zal de commissaris van de Koning, Clemens Cornielje, uit eindelijk bekend maken wie gekozen is tot de grootste Gelderlander aller tijden.

Verkiezing Grootste Gelderlander Aller Tijden
Verkiezing Grootste Gelderlander Aller Tijden


Ik heb Rudolph de Cocq voorgedragen voor de verkiezing van de Grootste Gelderlander Aller Tijden. Mijn motivatie voor de nominatie van Rudolph de Cocq, die ik opgestuurd heb naar de organiserende instanties geef ik hier onder integraal weer.

Motivatie voor de verkiezing van Rudolph de Cocq tot grootste Gelderlander aller tijden

Op 2 augustus 1265 ruilde graaf Otto van Gelre de lenen Waerdenburg, Meteren, Neerijnen en Opijnen met Ridder Rudolph de Cocq (ca. 1215-1283)  tegen diens bezittingen, ca. 450 morgen tussen Beesd en Leerdam en tussen Lek en Linge, en hij kocht diens kasteel (castrum) te Rhenoy. Rudolf de Cocq mocht van de graaf in Hien op de berg een waard bouwen, een houten kasteel (met extra geld van de graaf). Daaraan ontleent het huidige Waardenburg zijn naam. De vier volwassen zonen van Rudolph de Cocq, Rudolf, Hendrik, Gijsbert en Willem, ondertekenden de leenakte mede.
De ruil met Rudolf de Cock was een meesterzet van de Gelderse graaf, aangezien hij daarmee een sterke westwaardse expansie wist te bewerkstelligen en zijn territorium zo aan die zijde heeft afgebakend. Weliswaar had de graaf toen nog geen controle over Culemborg, Buren en Mariënweerd, maar hij grendelde dit gebied zo wel af voor eventuele Hollandse expansie. Hierdoor verloor Mariënweerd veel strategisch belang voor Holland. Zo verkreeg het graafschap Gelre, de latere provincie Gelderland, in de West Betuwe zijn huidige vorm.
Deze Rudolph de Cocq staat in de annalen ook bekend als le Coquin, hetgeen de Franse uitdrukking is voor de schelm of boef, maar ook: diegene, die stad en land verlaat. En dit laatste klopt aardig, want deze Coquin was niemand anders dan Raoul de Châtillon. Een niet-erfgerechtigde zoon uit het Noord-Franse grafelijke geslacht Châtillon-sur Marne. Zijn ouders waren heersers in de omgeving van Reims en dit gebied behoorde, net als Vlaanderen en de Nederlandse Betuwe tot de invloedssfeer van het Bourgondische rijk.
Raoul de Châtillon had als vermoedelijk jongere broer slechts de keuze tussen een kerkelijke carrière of elders zijn heil te zoeken en daar te huwen met een adellijke jonge dame met een erfgoed. Dit laatste deed Raoul, hij trok vanuit zijn ouderlijke graafschap naar de Betuwe en huwde hier een dochter uit gegoede huize, Aleid van Ochten en IJzendoorn.
Naar goed Frans gebruik, hing hij de naam van vestiging achter die van zijn eigenlijke naam, die was verbasterd van le coquin tot “De Cocq”. Hiermee ontstond de Nederlandse lijn uit een van origine Frans geslacht, namelijk de Cocq van Waerdenburg. Direct of indirect zijn uit dit geslacht ongeveer 100 Nederlandse en Belgische families voortgekomen, waarbij lang niet alle een adellijke titel dragen.
In de loop der jaren werd vaak de voorste (eigenlijk hoofd-) naam weggelaten en bleef er een enkelvoudige naam over, die met de originele naam ogenschijnlijk geen enkele verbinding meer had. Zo treft men hier bijvoorbeeld de families De Cocq van Bruchem, (De Cocq) van Delwijnen, (De Cocq) van Kerkwyck, (De Cocq) van Haeften, (De Cocq) van Neerijnen, (De Cocq) van Opijnen en (De Cocq) van Hemert aan. Uit deze families kwamen weer nieuwe geslachten voort, die nog wel een vorm van het oorspronkelijke Châtillonwapen droegen, maar geen enkele naamsverwantschap meer lieten herkennen, zoals bijv. het geslacht Van Haeften.
Binnen de Nederlandse heraldiek is deze Châtillon-familie uniek, er is geen andere wapenfamilie in deze vorm en zeker niet van deze omvang bekend. Opmerkelijk is, dat men binnen deze wapenfamilie een keur aan oude plaatsnamen in en rond de Betuwe tegenkomt met een afgeleid stadswapen en dat de wapens van veel van de genoemde families naar het Châtillonwapen zijn te herleiden.
De oorspronkelijke tekst van de oorkonde van de grondruil tussen Rudolph de Cocq en graaf Otto van Gelre luidde:
"Otte greve van Gelren heeft aen den lande van Gelre geworven Nymegen ende Bomel ende Wageningen tot steden gesticht etc. ende bi rade ende consent vrou Philip van Simpol gewisselt die hove, als Hier, Nederynen ende Opinen mit allen hoeren toebehoeren, mitten hogen ende legen gerechten, sommige heerlicheit ende concicien uytgescheiden, teghen heren Rudolph de Cock, ritter, ende heeft hem die verlijdt in enen erfleen ende hem georloft te tymmeren opten berch tot Hier, dat nu Weerdenberch heit.
Hiertegen had greef Otto voers, dat huys tot Rynoey mitter hoger ende leger heerlicheit ende mit sinen erfenissen, streckende uyt der Lingen in de Lecken etc.
Hier waren over als Rudolph, abt van sunte Marienweerde, Rycolt van Ochten, Gerert van Batenburch, Wilhem van Hernen, Wilhem van Bronckhorst, Otte van Sulen, Johan van Groesbeek, Wilem van Tyglen, Ude van Haeften, ritteren, ende Johan van Cuke, knape, int jaer ons Heeren MCCLXV feria post Petri ad vincula mense Augusti. Hierna starf greef Otto voers, int jaer ons Heeren MCCLXXI opten Dienden dach in Januario ende tot Nyencloester begraven"
De oorkonde wordt bewaard in het Gelders Archief in Arnhem

Samenvatting
Rudolph de Cocq heeft een bepalende bijdrage geleverd aan de vorm van de huidige provincie Gelderland. Hij was stamvader van een groot aantal families, zijn nazaten behoren heden ten dage nog steeds tot die families. Rudolph de Cocq bracht het Châtillonwapen mee uit Frankrijk naar de Betuwe. Het Châtillonwapen en alle afleidingen daarvan wordt tegenwoordig nog door tal van families gevoerd, waarvan Rudolph de Cocq stamvader was. Het Châtillonwapen is tevens terug te vinden in de wapens van tal van plaatsen in de Betuwe, zoals bijv. Neerijnen en Ophemert.
Daarom verdient Rudolph de Cocq de titel Grootste Gelderlander Aller Tijden.

Afbeeldingen
Van Rudolph de Cocq zelf bestaan geen afbeeldingen. Ik voeg wel twee afbeeldingen met gegevens over hem uit 18e en 19e eeuwse stambomen van het geslacht Van Haeften toe. De eerste afbeelding is afkomstig van de familiestamboom die altijd in Haus Erprath in Xanten heeft gehangen en eigendom is van de Duitse tak van de familie.
De tweede afbeelding is afkomstig uit een stamboom van de familie Van Haeften, die Laurentia Clara Elisabeth van Haeften (1747-1819) gemaakt heeft. Deze stamboom bevindt zich in het Noord Hollands Archief te Haarlem.

Afbeelding 1

Rudolph de Cocq


Afbeelding 2


Rudolph de Cocq



Tiel 13 juli 2018