Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

maandag 22 oktober 2018

Genealogisch blog 323


Ambtenaar geef ons een huis

Mijn vader, Albert Welling (1922-1983), was rond 1948 via Jan Derks (1912-1963), zijn toenmalige hoofdredacteur bij dagblad De Tijd, in contact gekomen met de Zusters Augustinessen van St. Monica. Deze congregatie was opgericht op 19 maart 1934 door pater Sebastianus van Nuenen (1898-1966), met wie mijn vader bevriend zou raken, en door Augustina van Reijsen (1908-1990), de eerste Mater. Het werkterrein van de zusters was aanvankelijk de Utrechtse Wijk C. In 1939 openden de zusters een tehuis voor dakloze vrouwen, meisjes en kinderen: Meisjesstad. Na de oorlog volgden kloostervestigingen in Hilversum (1946), Amsterdam (1952), Sittard (1953), Arnouville les Gonesse in Frankrijk (1956) en Maastricht (1962) en een tweede huis in Utrecht (1968). De zusters hanteren het motto:
“Goed zijn voor de ander, voor de mens in nood.”

Voor en na de oorlog was de sociale problematiek in de Utrechtse Wijk C groot. De zusters Augustinessen zagen in toneel een mogelijkheid om de bewoners hun ellende te doen vergeten door juist in toneelstukken uitdrukking te geven aan die ellende. 

Sebastianus van Nuenen
Sebastianus van Nuenen

In 1937 werd de vereniging “Het Katholieke Volkstoneel St. Franciscus” opgericht. De vereniging stond beter bekend als “Wijk C op de planken”. De algehele leiding van de toneelvereniging was toen in handen van Jan Derks, die ook schrijver van volkstoneelstukken was. Mijn vader was vanaf 1947 betrokken bij Wijk C op de planken, als schrijver van toneelstukken èn als regisseur van de uitvoeringen.
Mijn vader beperkte in die tijd zijn toneelwerk niet alleen tot regisseren van “Wijk C op de planken”. Hij regisseerde ook opvoering van andere amateur toneelverenigingen zoals bijv. uitvoeringen van de Rotterdamse R.K. Toneelgroep “Magna Pete”.
Misschien wel zijn grootste succes, als schrijver en regisseur van toneelstukken, vierde mijn vader in 1948 met het door hemzelf geschreven stuk “Ambtenaar geef ons een huis!”
Oorspronkelijk speelde het stuk, dat door N.V. Vink’s Uitgeversmaatschappij in Alkmaar werd uitgegeven, in een kroeg in de Amsterdamse Jordaan. De gedrukte uitgave kostte fl. 2,40. Het auteursrecht voor een opvoering bedroeg fl. 15,00.

Mijn vader, Albert Welling
Mijn vader, Albert Welling

Wijk C op de planken voerde “Ambtenaar geef ons een huis!” vijf keer op onder regie van mijn vader, op 29, 30 en 31 januari 1948 was er een avondvoorstelling in de Stadsschouwburg van Utrecht, op zondag 1 februari volgden om 15.00 uur een matinee en ’s avonds een galavoorstelling. 

Affiche Ambtenaar geef ons een huis!
Affiche Ambtenaar geef ons een huis!

Het stuk, nu gesitueerd in Utrecht, geeft het leven van alle dag weer in een volkswijk als Wijk C, gelardeerd met de politieke actualiteit van het moment. Het leven is in wijk C ruig en eerlijk, maar kent volkse openheid. De bewoners tobben met de grote naoorlogse problemen van jongens die naar Indië werden gestuurd en de nijpende woningnood. Mijn vader schreef daarover in het programmaboekje:

“Dit stuk geeft niets dan het probleem alleen. Maar dan het probleem, gesteld in het volkse milieu van Wijk C, beleefd door bijna overgevoelige mensen, die het dagelijks belaagt. Het probleem dus, zoals wij menen, dat het waarachtig voorkomt. Want dit is het verhaal: Jan, een jongen uit Wijk C, moet naar Indië. Hij neemt afscheid van de mensen uit zijn omgeving en Door, het meisje dat hem trouw beloofde, huwt kort daarop met zijn broer en komt inwonen bij haar schoonouders. Dan herhaalt zich het conflict van schier alle inwoningen. Er ontstaat onenigheid tussen haar en de waardin. Onenigheid, die haar hoogtepunt bereikt juist op de dag, dat de buurt wordt opgeschrikt door het geval van Mien Willems, die het huis wordt uitgezet, dat ze zonder vergunning betrok. Op deze beide feiten, waarvan het eerste nog wordt versterkt door de dreiging van een onverwachte terugkeer van Jan, na een ongeluk in Indië, steunt de hele intrige.”
Het lijdt geen twijfel, dat mijn vader zich bij het schrijven van het stuk heeft laten inspireren door eigen ervaringen. Mijn moeder en hij woonden op de Lessinglaan als het ware in bij andere mensen. De twee oudste broers van mijn moeder vertoefden als militair in voormalig Ned.-Indië in het kader van de politionele acties. Er werd op het toneel gezongen:

“Wie achterblijven, treuren niet
Verspil om ons geen traan
Wij zijn geen Doorman, geen Hein,
Geen held om ons vóór te gaan
Maar toch sterk en mans genoeg
Om ginds te doen wat moet
Om in de tropen pal te staan
Voor vrijheid, recht, haven en goed.

Refrein:
Wij jongens van Wijk C,
Wij trekken naar de oost
Straks vaart ons schip de haven uit
Daarom nog eerst een toast:
Drink op de glorie van ons land,
Drink op het weerzien ander jaar.
Wij jongens van Wijk C
Gaan naar de evenaar.

Wie achterblijven moeten wel:
Wie weggaat is een man,
Die tranen noch beklag behoeft,
alleen maar troost en dan,
wanneer het schip op Java landt
en hij zijn plicht moet doen:
Per week een fikse dikke brief
Besloten met: je Door, een zoen!

Refrein

De mensen uit Wijk C legden gemakshalve de schuld van de woningnood bij de ambtenaren. De ambtenaar in het stuk verdedigde zich door te stellen, dat er gewoonweg geen woonruimte was. Ook een brief van de bisschoppen veranderde daar niets aan:

“Ja, ik praat en ik praat. Maar bij God, ik kan niet anders. De bisschoppen hebben samen een brief geschreven. Ze hebben met bewogenheid gewezen op de plicht van naastenliefde. Ze hebben gesmeekt, gesmeekt om elkaar te helpen. En wat heeft het geholpen? Mensen, het heeft niets geholpen. Het lijkt of de harten verdroogd zijn. Wij praten en praten. Ik praat en onderhand verstrijkt de tijd. Gezinnen barsten kapot, mensen sarren elkaar het graf in. En wij zien dat aan en wij kankeren. Wij staan erbij en wij kankeren. Mijn hemel, als jullie dat wilt veranderen, helpen jullie dan deze vrouw.”
De recensies vonden, dat door het stuk het probleem van de woningnood weliswaar werd aangestipt, maar niet dichter tot een oplossing werd gebracht. Het toneelspel van Wijk C werd ‘gedisciplineerde realiteit’ genoemd. De mensen stonden op de planken zoals ze leven. 


Het programmaboekje van Ambtenaar geef ons een huis!
Het programmaboekje van Ambtenaar geef ons een huis!

Recensent C. de Groot van het Utrechts Nieuwsblad omschreef op 7 februari 1948 zijn kritiek als volgt:

“Het is de verdienste van Albert Wellings toneelspel, dat het - met fantasie en toneelbegrip geschreven – bewust niet hoger reikt dan de natuurlijke speelkwaliteit van zijn spelers.
Hoezeer het daarop aankomt en hoe nauw dit luistert bleek uit de vertolking van de figuur van de ambtenaar, die de schrijver in dit stuk heeft gebracht. Welling belicht de materiële noden van het gewone volk tengevolge van de woningnood. Doch hij heeft niet de indruk willen wekken, dat hij daarvoor de ambtenaren verantwoordelijk stelt. Goed! Maar de ambtenaar, die hij ten tonele voert blijft wel een erg vage figuur, die een beetje jammert, dat hij het ook niet helpen kan en in nogal algemene en weinig zeggende termen tot samenwerking en het dragen van elkaars lasten aanspoort en zich daarbij zelfs beroept op wat de bisschoppen in hun brief over de woningnood hebben gezegd. Het bezwaar is, dat al het gepraat van deze brave ambtenaar geen enkele concrete oplossing aan de hand doet voor een zeer concreet probleem.”
Nadat de Groot nog een opmerking maakte, dat hij de tekst van de liedjes niet sterk vond, beëindigde hij met:

“Doch deze bezwaren tellen tenslotte licht in een opvoering, die, gegeven in de suggestieve decors van Cuno van der Steene, getuigde van een toewijding, een vaardigheid, een temperament en warmte van hart, die een verkwikking waren. Het St. Franciscus Volkstoneel heeft met deze voorstelling, die in Utrecht vijf maal voor een uitverkochte zaal is gegeven, eer ingelegd.”
Na de matineevoorstelling van 1 februari 1948 zag mijn vader zich, als regisseur, voor een probleem geplaatst. De hoofdrolspeelster kreeg tijdens het slotapplaus een bos bloemen overhandigd. Binnen de groep spelers en bij het bestuur van de vereniging leidde dat tot opmerkingen. De pater (van Nuenen) had altijd gezegd, dat het gezelschap een gemeenschap vormden en dan kan er niet één maar bloemen krijgen. Mijn vader was van mening, dat dit probleem door het bestuur van de vereniging op gelost moest worden. Na een uur vergaderen was het bestuur eruit:

“Wij hebben besloten, dat ze de bloemen vanavond mag houden, meneer. Zij heeft ze tenslotte gekregen. Maar ze mag ze niet mee naar huis nemen. Ze moeten naar de kapel van de zusters. Voor het Mariabeeld.”
Het Amsterdamse amateurgezelschap “De Jordaan op de planken” speelde na de oprichting als eerste stuk “Ambtenaar geef ons een huis!” in de oorspronkelijke situering in de Jordaan. Het gezelschap deed dat meer dan vijfentwintig maal.  Op zondag 3 oktober 1948 voerde het gezelschap een hoorspelversie van het stuk op voor de KRO-radio in het programma ‘Uit en thuis’. Mijn vader en regisseur Herbert Perquin (1908-1995) hadden van het toneelstuk een hoorspel van ongeveer 50 minuten gemaakt. De rol van ambtenaar werd gespeeld door Frank Stranger, de artistiek leider van het gezelschap en een collega van mijn vader bij de krant.

Frank Stranger
Frank Stranger

Het gezelschap “De Jordaan op de planken” bracht het stuk op 27 januari 1949 ten tonele voor jongeren van alle katholieke organisaties uit Den Haag in de Dierentuin. De Haagse redacteur van De Tijd meldde daarover:

“Hierna speelde het Amsterdams Volkstoneel het stuk ‘Ambtenaar geef ons een huis!’ van Albert Welling, dat door de aanwezige Hagenaars zeer gewaardeerd werd, al kon men niet aan de indruk ontkomen, dat ‘De Jordaan op de planken’ niet geheel vrijblijft van arrivisme.”

In 1949 ging de Toneelgroep van Anton Gerlach, vernoemd naar de vader van Frank Stranger, op tournee met “Ambtenaar geef ons een huis!” onder regie van Frank Stranger, die in 1939 als journalist bij De Tijd begonnen was. 

Opvoering in 1983 en 1984
Opvoering in 1983 en 1984

In 1976 kwam Bert van der Roest in Utrecht wonen. Na eerst op een paar andere adressen gewoond te hebben, kwam hij op de Oudegracht in Wijk C terecht, zo liet hij op zijn website weten. Het Utrechtse Gemeenteraadslid voor de PvdA, die later door malversaties in een kwaad daglicht kwam te staan, ging op zijn website verder met:

“Daar werd ik in 1980 ook actief in het actiecomité Wijk C. Samen met Corrie Huiding heb ik ‘Wijk C op de Planken’ nieuw leven in geblazen met het stuk ‘Ambtenaar, geef ons een huis’. Later zijn wij doorgegaan onder de naam ‘Volkstheater Wijk C.”
Het is mij niet bekend of mijn vader geweten heeft, dat zijn stuk op 16 februari 1983, ruim 30 jaar later, nog eens werd opgevoerd. Ik veronderstel, dat hij toen al te ziek was om daarvan kennis genomen te hebben.


Tiel, 22 oktober 2018