Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

donderdag 20 februari 2020

Genealogisch blog 427


Gevechten bij Shimonoseki

In Genealogisch blog 131 van 18 december 2016 maakte ik gewag van de vele mannen binnen de familie Van Haeften, die de naam Johannes Martinus kregen van hun ouders. Zo’n zelfde genealogisch blog zou ik kunnen schrijven over de mannen met de naam Jacob of Jacobus. Deze namen kwamen in de familie zelfs vaker voor dan Johannes Martinus. Over de patriot Jacob van Haeften (1751-1831) schreef ik het boek “Jacob van Haeften, een ‘waanwijze’ Utrechter”.
Dit Genealogisch blog is het verhaal van Jacobus van Haeften, die werd geboren op 5 juni 1842 in de Amsterdamse 2e Anjelierdwarsstraat 145. Hij werd Nederlands Hervormd gedoopt op 19 juni 1842 in de Westerkerk. Zijn ouders waren Jacob van Haeften (1813-1860) en Johanna Catharina Enninks (1811-1873). Jacobus was de tweede van de zes zonen in het gezin van zijn ouders. Er is af en toe verwarring tussen Jacobus en zijn broer Jacob van 1845.
Jacobus was pas 18 jaar, toen zijn vader op 4 mei 1860 aanmonsterde  op de schoener Felicitas onder kapitein Hans Heinrich Vierow. Op 10 mei vertrok het schip naar Newcastle in Engeland. Op 24 mei lag het schip zeilklaar in Newcastle voor de terugreis naar Amsterdam. Op 28 en 29 mei (Pinksteren) woedden er hevige stormen op de Noordzee en op de kusten van Engeland en Nederland. In de Amsterdamsche Courant van 22 juni stond het bericht, dat, sinds het schip Newcastle had verlaten, men niets meer van haar had vernomen. De Felicitas was met man en muis vergaan.
Een maand na de dood van zijn vader tekende Jacobus als tamboer 2e klasse voor zes jaar bij het Korps Mariniers, de zee trok hem net als zijn vader en grootvader. Na zijn opleiding kwam hij eind november 1862 met ZM korvet Medusa aan in Ned.-Indië. De bevelvoerder op de Medusa was sinds 1 mei 1862 François de Casembroot (1817-1895).

Francois de Casembroot
Francois de Casembroot

Na aankomst in Indië duurde het niet lang totdat de Medusa naar Japan werd gedirigeerd. In maart 1863 kwam de Medusa aan in Japan en zou daar in station (afwachten) blijven tot oktober 1864. Japan was behalve voor de Nederlanders tot 1859 voor vreemdelingen gesloten.
In juli 1853 eiste de VS open handel tussen Japan het het westen. Dat leidde in 1854 tot het verdrag van Kanagawa, waardoor de VS en enkele Europese landen, waaronder Frankrijk en Engeland, het recht verkregen om handel met Japan te drijven. Veel lokale Japanse heersers waren echter fel gekant tegen de komst van de westerlingen. Onder leiding van Mori Takachika begonnen lokale Japanners in de Straat van Shimonoseki  buitenlandse schepen onder vuur te nemen. Ook een Frans schip werd op de korrel genomen, maar kon, weliswaar zwaar beschadigd, ontkomen.
De Casembroot was van mening, dat de Japanners zijn schip niet zouden aanvallen vanwege de jarenlange banden tussen Nederland en Japan. Maar op 11 juli 1863 viel Takachika de Medusa wel aan tijdens de tweede passage van het schip door de Straat van Shimonoseki. Jacobus van Haeften was een van de bemanningsleden.
 

Straat van Shimonoseki
Straat van Shimonoseki

De Japanners bestookten de Medusa met zwaar geschut. Door de sterke stroming en het feit dat het schip nauwelijk onder stoom kwam door de slechte kwaliteit van de Japanse steenkool kon de Medusa nauwelijks vaart maken om aan het Japanse vuur te ontkomen. Toch lukte het De Casembroot de Medusa door de Straat van Shimonoseki te loodsen, maar niet zonder verlies van vier bemanningsleden en een behoorlijk aantal gewonden. Zwaar beschadigd bereikte de Medusa Yokohama, de plaats van bestemming. Jacobus van Haeften overleefde de schietpartij. 

De Medusa in de Straat van Shimonoseki
De Medusa in de Straat van Shimonoseki

De Casembroot schreef een boek over zijn ervaringen in de Straat van Shimonoseki met de titel “De Medusa in de Wateren van Japan in 1863 en 1864”. Hij schreef:

“De stroom, dien wij tegen hadden, was intusschen hand over hand toegenomen, en ik bemerkte tot mijne niet geringe verlegenheid, dat het schip met volle kracht stoomende bijna niet vorderde; op dat oopgenblik kreeg ik rapport van den eersten officier, dat er drie man van de divisie van den Luitenant Thurkow gesneuveld waren, en het getal gekwetsten begon toe te nemen, en sprong een granaat van den vijand op de hoogte der valreep, waarbij de matroos 1ste klasse Cornelis, die als kommandeur een veldstuk in de valreep bediende, doodelijk werd getroffen. Bij dit stuk was de Consul-Generaal ook bijna getroffen, die op dat oogenblik zich op het halfdek niet ver van de valreep bevond.
Het was in dit verschrikkelijke oogenblik, toen het vreeselijk huilen en sissen van kogels en granaten van zooveel vuurmonden, die hoe langer hoe juister de Medusa begonnen  te treffen, alle verbeelding te  boven ging, dat er op twee plaatsen brand aan boord ontstond door de brandgranaten des vijands, waarvan er een het schip doorboorde en in de hut der machinisten sprong; deze brand werd echter door de vlugge maatregelen van den eersten machinist spoedig gebluscht; het was toen, dat ik mij afvroeg, of het geen zaak ware voor den stroom weg terug te keeren, om met het volgende getij, namelijk met den stroom mede dezen gevaarlijken doortogt op nieuw te beproeven.”
Takachika nam alle buitenlandse schepen in de Straat van Shimonseki onder vuur. Daardoor lag binnen de korte tijd de handel volledig stil.
Op 10 mei 1867 liep het contract van Jacobus met de Marine af en keerde hij huiswaarts. Vrij spoedig na zijn thuiskomst, nl. op11 december 1867 trouwde hij met de toen 19-jarige Anna Henriëtte (Anna) Scheerboom, die een dochter was van Arie Scheerboom en Margaretha Angenetha Durromo. Anna kwam in het Heerensteegje op 20 mei 1848 ter wereld. In de periode 1869 tot 1886 kregen Jacobus en Anna acht kinderen van wie er twee niet ouder werden dan twee jaar.

Korenmetershuisje aan de Nw. Zijds Kolk in Amsterdam
Korenmetershuisje aan de Nw. Zijds Kolk in Amsterdam

Jacobus verdiende aanvankelijk de kost als sigarenmaker. In 1881 stond hij te boek als los werkman en in 1902 als korenmeter. Een korenmeter was een gemeentelijke ambtenaar die erop toe moest zien dat de handel in graan eerlijk verliep. De korenmeters werkten vanuit het korenmetershuisje.
Jacobus en Anna woonden met hun gezin op de Lindengracht op een paar adressen. In 1897 moest Anna een tijdje het ziekenhuis in vanwege klachten met haar gezondheid. Tot 5 november van dat jaar heeft ze in het Buitengasthuis gelegen.
Aan het begin van de 20ste eeuw heeft schoondochter Hendrika Bernardina van Oosten een tijdje bij Jacobus en Anna ingewoond evenals hun kleinzonen Gerardus Anthonius en Jacobus Hendrikus Petrus en kleindochter Margaretha Angenetta en haar man Jacobus Schols en leden van de families de Vogel, Schreuder en de Ruiter.
Over de rest van het leven van Jacobus en Anna durf ik niets te vertellen, omdat op de gezinskaart van Jacobus uit de gemeentelijke administratie van Amsterdam, die in mijn bezit is, hij duidelijk verward werd met zijn broer Jacob van 1845. Opvallend is dat de gezinskaart van Jacobus momenteel niet meer te vinden is op de site van het Gemeentelijk Archief van Amsterdam.
Jacob, de jongere broer van Jacobus, was ook zeeman en ging ook met de Marine een dienstveband aan voor zes jaar. Hij overleed op 27 september 1868 in Mintok in Ned.-Indië aan de gevolgen van marasmus, spierverval door ondervoeding.
Anna Scheerboom is op 23 november 1922 in Amsterdam overleden. Zij was toen 74 jaar. Jacobus overleefde zijn echtgenote zes jaar en stierf op 86-jarige leeftijd op 7 december 1928.

Tiel, 20-02-2020