Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

woensdag 25 oktober 2017

Genealogisch blog 233



Haagse society

Een groot deel van de familie Van Haeften is in de 18e, 19e en in het begin van de 20e eeuw op zoek geweest naar geluk en fortuin in voormalig Ned.-Indië. Velen zijn daar dan ook geboren en gestorven. Ook jonkheer Johan Cornelis Adrianus (Johan) van Haeften (1835-1901) wilde zijn geluk in Ned.-Indië beproeven. Hij vertrok, als scheepsklerk bij de Koninklijke Marine, op 16 augustus 1852 aan boord van ZM Transportschip “Merwede” naar Batavia. Het was binnen de familie Van Haeften in de 19e eeuw niet vreemd als zeeman in dienst van de Marine te treden. Vanuit Batavia maakte Johan nog reizen naar Australië, Zuid-Amerika, China en Japan tot hij in 1856 eervol werd ontslagen uit de zeedienst.
In 1865 trouwde Johan in Modjokerto, 50 km. ten zuidwesten van Soerabaja op Oost Java, met jonge Carolina Wilhelmina (Carolina) van Oven, die in 1848 in Soerabaja was geboren. Het paar kreeg elf kinderen, die op een na allemaal in Batavia werden geboren. Alleen hun jongste dochter, Josephina Elisabeth Gerardine Helena, kwam, na terugkomst in Nederland, in ’s Gravenhage ter wereld.

familie van Oven
De familie van Oven, tweede paar van rechts het gezin Van Haeften- van Oven met oudste dochter

Johan en Carolina verlieten in 1880 met hun gezin Ned.-Indië en vestigden zich in ‘s Gravenhage. Hun tweede zoon, jonkheer Johan Carel (Johan) van Haeften, was op 26 november 1871 in Batavia geboren. In Nederland ging hij na de middelbare school in Utrecht rechten studeren. Op 6 juli 1897 promoveerde hij bij hoogleraar Johan d'Aulnis de Bourouill (1850-1930). Kort daarna reisde hij vanuit Marseille terug naar Ned.-Indië om daar in de advocatuur te gaan werken. Hij heeft onder meer verschillende boedelveilingen in goede banen geleid door die bij hem in huis te organiseren.
In Batavia ontmoette Johan Carolina Henriëtte Pauline (Jettie) Dunlop, die in augustus 1880 in ’s Gravenhage was geboren als zevende van de acht kinderen van makelaar Samuel Johannes Dunlop, die van Schotse komaf was, en Angeline Emilie Constance van Oosterzee. In juni 1900 deed Jettie met een vriendin mee aan het bloemencorso in de Planten- en Dierentuin van Batavia. De dames, gekleed in “Black and white”, behaalden een prijs met hun versierde koets en prachtige gekamde pony. 

Carolina henriëtte Pauline Dunlop
Bloemencorso Batavia, 1900

Het Engelstalige societyblad “Black and White” deed verslag van het corso met een foto van de beide vriendinnen. De dames wilden met hun deelname aan het bloemencorso duidelijk maken, dat schonen uit de Oriënt niet onder hoefden te doen voor haar Europese zusters.
Johan en Jettie verloofden zich op 14 december 1899, met een receptie de volgende dag, en gaven elkaar onder grote belangstelling het jawoord in Batavia op 27 april 1901, terwijl ze een week eerder per advertentie nog hadden laten weten, dat hun huwelijk door ongesteldheid voor onbepaalde tijd was uitgesteld.

Huwelijk uitgesteld vanwege ongesteldheid
Huwelijk uitgesteld vanwege ongesteldheid

Twee jaar na hun huwelijk kwam oudste zoon Johan Carel (Carel) ter wereld. Carel was geen lang leven beschoren. Hij overleed op 15-jarige leeftijd aan de Spaanse Griep in Huize Warnsborn in Arnhem. In 1904 kwamen Johan en Jettie definitief terug naar Nederland. De eerste drie jaar woonden ze in Tubbergen, voordat ze in 1907 verhuisden naar de Anna Paulownastraat 113 in ’s Gravenhage. Weer twee jaar later verhuisden ze naar Javastraat 70 in ’s Gravenhage, waar ze de rest van hun leven zouden blijven wonen. Hun woning aan de Javastraat telde maar liefst 22 kamers. In Nederland kregen Johan en Jettie nog drie kinderen, een dochter: Marie Caroline (1905-1982), die drie keer in het huwelijk trad, en twee zoons: Henri Paul (1907-1943), die in Davos overleed, en bankier Constant Emile (1912-1977).

 Johan Carel van Haeften
Portret uit 1915 van Johan Carel van Haeften door Léon Houbaer

Johan verdiende de kost als advocaat en procureur. Als zodanig was hij lid van de “Nederlandsche Advocaten Vereniging”. Hij was gespecialiseerd in faillissementen, heel vaak trad hij in dergelijke zaken op als curator. Bovendien was hij commissaris bij NV Assam Thee Onderneming “Tjakra Boeana” en bestuurder van een aantal organisaties, die de belangen behartigden van obligatiehouders. Zelf zal hij een niet-onaanzienlijke portefeuille hebben gehad. Hij was lid van het Beschermingscomité van de Koninklijke Hollandse Lloyd. Op latere leeftijd was hij President Commissaris van de Maatschappij tot Exploitatie van Restaurant Royal N.V. Hij was in 1926 lid en voorzitter en zelfs “koning” van de Broederschap “Octavia”. De illustere Broederschap “Octavia” was een loge van adellijke vrijmetselaars.

Johan Carel van haeften
Bord van de Illustere Broederschap Octavia met familiewapens
 Jettie, die een uitstekend organisatrice was, kende drie belangrijke bezigheden naast het opvoeden van haar kinderen. Ze was lid van drie bridgeclubs en bestuurslid van de Bridge-club “Nieuw Royal”. Daarnaast verzamelde zij van jongs af lucifermerken. Voor allerlei goede doelen organiseerde zij in haar grote huis regelmatig bazaars, meestal in het najaar. De vereniging TIBO (Tegemoetkoming In Bijzondere Omstandigheden) doneerde zij in 1926 fl. 2310,00. Vaak hadden de bazaars een netto opbrengst van rond fl. 2000,00. Veel van wat op die bazaars te koop werd aangeboden maakte Jettie zelf van afgedankte spullen. Kringloop avant la lettre!

 Carolina  Henriëtte Pauline Dunlop
Portret uit 1915 van Carolina  Henriëtte Pauline Dunlop door Léon Houbaer

Jettie organiseerde tot 1939 niet alleen de bazaars, ze zorgde zelf ook voor de uitnodigingen en de publiciteit. Ten bate van de “Haagsche Bleekneusjes”, voor wie ze ook geld inzamelde tijdens de bazaars, werkte ze ook mee aan een tentoonstelling van “schitterende inzendingen en schitterende attractiën” in de benedenzaal van restaurant “Louis Seize”. Ze was vanaf 1921 lid van het hoofdbestuur van de “Bond voor Internationale Humaniteit en Gerechtigheid”. Ze was in 1923 lid van een comité, dat geld inzamelde om de hongersnood in Duitsland te lenigen.
Johan overleed onverwacht op 63-jarige leeftijd op 8 december 1934 in ’s Gravenhage. Vier dagen later, 12 december 1934, vond zijn teraardebestelling plaats op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in ’s Gravenhage. De belangstelling was overweldigend. In de stoet, vanuit zijn woning naar de begraafplaats, bevond zich een apart rijtuig voor de vele bloemen en liepen vele hoogwaardigheidsbekleders mee, van wie er verschillenden het woord voerden tijdens de uitvaartdienst.
Jaren na de Tweede Wereldoorlog liet Jettie het enorme huis aan de Javastraat verbouwen to vier appartementen, waarvan zij er zelf een, ingericht in Empirestijl, betrok. Haar 70ste verjaardag vierde zij met een soiree in restaurant Royal. Voor haar 80ste verjaardag werd ze geïnterviewd door Het Vaderland en De Telegraaf.

Carolina Henriëtte Pauline Dunlop
Interview in Het Vaderland

In het interview blikte Jettie vooral terug op de vele bazaars die ze organiseerde. Ze hoopte op de receptie, die ze gaf ter gelegenheid van haar 80ste verjaardag, iets te oogsten van wat zij haar leven lang had gezaaid.
Nog geen jaar later, nl. op 15 mei 1961, overleed Jettie volkomen  onverwacht. Drie dagen later werd ze begraven op de Algemene Begraafplaats in ’s Gravenhage.

Tiel, 25 oktober 2017
 

 
 

1 opmerking:

  1. Beste Paul,

    Leuk deze samenvatting.
    In 1912 is bij John Murray in London het boek uitgegeven van de beroemde C.D. Mackellar met de titel Torres Straits, German New Guinea, and the Dutch East Indies waarin hij beschrijft hoe hij Carl van Haeften ontmoet evenals Jetty Dunlop in Batavia, en hoe het er daar aan toeging.

    Het is geestig om zo’n opsomming over jouw grootouders te lezen.
    De luciferdoosjesverzameling was een lust voor het oog, uit alle windstreken van de wereld bij elkaar verzameld. Heb daar als klein kind heel wat uren op gestudeerd. Hij is terecht gekomen bij mijn neef Rolf Krayenhoff.

    Met vriendelijke groeten,
    Allard

    BeantwoordenVerwijderen