Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

vrijdag 8 januari 2021

Genealogisch blog 500

 

Der Stellvertreter

Toen ik enkele dagen geleden bezig was met de voorbereiding van het schrijven van het vorige Genealogische blog, kwam ik bij pure toeval een artikel van historicus Wim Berkelaar tegen, waarin hij een passage schreef over het artikel, dat mijn vader, Albert Welling, in maart 1963 schreef nadat hij in Berlijn het toneelstuk “Der Stellvertreter” van de Duitse schrijver Rolf Hochhuth had gezien. Ik kwam het artikel van Berkelaar tegen, omdat ik in Google de zoekcriteria “voornaam Welling 1922” had ingevoerd. Dat er met die zoekcriteria iets over mijn vader naar vorenkwam was eigenlijk heel logisch, omdat mijn vader in 1922 is geboren.

Wim Berkelaar

Wim Berkelaar (geb. 1960) is als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een van zijn vele activiteiten is het recenseren van historische boeken voor de kranten het Nederlands Dagblad en Trouw. Daarnaast heeft Berkelaar een website waarop hij veelal (boeken over) gebeurtenissen beschrijft, die in de (protestantse) geloofsgemeenschap hun sporen hebben nagelaten.

Op 26 december 2020 publiceerde Berkelaar op zijn website het artikel met de titel “De katholieke Kerk heeft het signaal voor de goederentreinen niet op rood gezet. De discussie over Rolf Hochhuths toneelstuk ‘De plaatsbekleder’ 1963”. Voordat ik inhoudelijk inga op het toneelstuk Der Stellvertreter, wat mijn vader daarover geschreven heeft en wat Berkelaar in zijn blog geschreven heeft, wil ik eerst een opmerking kwijt over de foto van mijn vader, die Berkelaar in zijn artikel gebruikt heeft.

Albert Welling, mijn vader

Berkelaar heeft die foto uit mijn Genealogisch blog 378 van 11 juli 2019 met de titel “Passie voor Amateurtoneel” gehaald. Het is een foto, die ik van mijn vader gemaakt heb in – naar ik schat – 1974 of 1975, toen ik met mijn gezin nog in de Geraniumstraat in Aalsmeer woonde. Mijn vader zit in een van de twee grote bruine fauteuils in de woonkamer naast de boekenkast. Op de boekenkast staat een foto van mijn moeder, die in 1964, een jaar na de première van “Der Stellvertreter” is overleden. Het vervulde me met een zekere trots, dat Berkelaar van mijn foto heeft gebruikgemaakt. Kennelijk heeft hij enkele van mijn blogs gelezen op zoek naar een bruikbare foto.

Nederlandse versie van Der Stellvertreter

In de jaren 1960-1963 heeft mijn vader als journalist van het katholieke dagblad De Tijd verslag gedaan van zijn reizen naar de Bondrepubliek West-Duitsland en naar de DDR. Op een van die reizen bezocht hij in maart 1963 de opvoering van het toen al spraakmakende toneelstuk “Der Stellvertreter” van Rolf Hochhuth. Hij schreef daarover in een bijna een paginalang artikel:

“Zondagavond heb ik in het Theater am Kurfürstendamm in West-Berlijn een opvoering meegemaakt van het inmiddels bijna berucht geworden stuk “Der Stellvertreter (De Plaatsbekleder) van de 31-jarige protestantse auteur en uitgeversassistent Rolf Hochhuth uit Gütersloh. In dit stuk, waartegen de gezamenlijke Duitse bisschoppen inmiddels officieel protest hebben aangetekend, stelt Hochhuth de kwellende vraag op Paus Pius XII mede verantwoordelijk moet worden geacht voor het voortduren van de gruwel der Jodenvervolgingen, omdat hij er nimmer en met klem zijn stem tegen heeft verheven.”

Berkelaar noemde het artikel van mijn vader zeer persoonlijk en genuanceerd. Mijn vader had met “huiver en brandende ogen” naar het stuk van Hochhuth gekeken. “Der Stellvertreter” is een felle aanklacht tegen paus Pius XII, die er door de schrijver van beschuldigd werd niet te hebben geprotesteerd bij de nazi’s tegen de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Rolf Hochhuth

Vanuit de hoek van de Duitse katholieke geestelijkheid kreeg Hochhuth, als gezegd, de wind van voren. Met zijn stuk heeft Hochhuth, volgens het Centrale Comité der Duitse Katholieken, Pius XII willen aanwijzen als de schuldige van de massamoord op de Joden, waarvoor alleen de Duitsers zelf en hun medeplichtigen verantwoordelijk waren. Zocht Hochhuth geen zondebok in de persoon van de Paus om de verantwoordelijkheid van de Duitsers te omzeilen. Hochhuth heeft dat tot zijn dood op 13 mei 2020 altijd ten stelligste ontkend. Mijn vader schreef daarover:

“Was het toen niet beter geweest te zwijgen en mensenlevens te redden? En mensen redden was in de Tweede Wereldoorlog altijd het eerste doel van Pius XII, die dat ook in zijn richtlijnen voor de diverse nuntiaturen steeds onderstreepte.”.

Ik kan me nog heel goed herinneren, dat het stuk van Hochhuth zeer grote indruk op mijn vader heeft gemaakt. Na thuiskomst uit Berlijn sprak hij dagenlang nergens anders over. Hij heeft me - ik was toen 15 jaar - uitvoerig uitgelegd waarover “Der Stellvertreter” handelde. Daarbij raakte hij vaak geëmotioneerd.

Artikel van Albert Welling over Der Stellvertreter, De Tijd 15-03-1963 (detail)

In zijn artikel over “Der Stellvertreter” in De Tijd van 15 maart 1963, schreef mijn vader, dat het stuk ongeveer dezelfde emoties bij hem had opgeroepen als de opvoering van het toneelstuk “Anne Frank” voor een publiek dat vrijwel uitsluitend uit Joden bestond. Ook nu had hij zich afgevraagd wat Gods wegen waren, dat hij dit dieptepunt van menselijk leed mocht ervaren met koffie na afloop. Mijn vader schreef verder:

“Iets soortgelijks is mij zondagavond overkomen. Het Theater am Kurfürstendamm – op nog geen vijf minuten van De Muur – was uitverkocht en toch van een stilte, die alleen een confrontatie met het buiten-menselijke kan oproepen. Er was geen enkel effectbejag. De zeven scenes werden met Joodse of Gregoriaanse gezangen aaneengeregen en noch in de pauze, noch na afloop was er een acteur, die voor het ingehouden applaus kwam bedanken. De mensen die de zaal verlieten, waren diep onder de indruk en ik geloof niet, dat daarbij iemand vooral gedacht heeft aan de ruw en grof getekende figuur van paus Pius XII.”

Volgens mijn vader gaf Hochhuth in zijn toneelstuk geen juist beeld van Pius XII, ook al heeft hij in het Vaticaan uitvoerig onderzoek gedaan naar de persoon van de Paus en zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over Pius XII schreef mijn vader:

“Hochhuth heeft de strijd om een waarachtige uitbeelding van de verre, vreemde gestalte van Pius XII verloren. Ik herinner mij hem van zovele audiënties. Die slanke, vergeestelijkte man, met zijn eeuwig zegenende handen en die lichte stem, die altijd sprak met een wijsheid en een voorzichtigheid, die appelleerde aan hart en verstand beide. Hoe stond diezelfde Pius XII in het boek en op de planken van het Theater am Kurfürstendamm? Hij staat er als antagonist, als man in wie – tegenover het goede van de protagonist – het kwaad gestalte moet krijgen.”

Hochhuth liet Pius XII in een grote schaal als een tweede Pilatus zijn handen wassen, nadat hij wat inkt had gemorst. Van Pius XII was alom bekend, dat hij allergisch was voor vuil. Later verontschuldigde Hochhuth zich over deze scene, want, toen hij het stuk schreef, wist hij nog niets van deze allergie voor vuil.

Paus Pius XII

Mijn vader had moeite met het stuk, omdat hij vond, dat Hochhuth de persoon Pius XII niet helemaal oprecht had weergegeven. Zoals ik opmerkte in de biografie, die ik in 2010 schreef over mijn vader – slechts enkele familieleden weten daarvan – vond hij, dat Hochhuth de vraag of de katholieke kerk niet had moeten zwijgen zich te veel buiten de Paus behandelde en niet in Pius XII zelf.

Ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken, dat mijn vader anno 1963 moeite had met de kritiek die op Pius XII werd uitgeoefend over diens zwijgen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader maakte met mijn moeder en haar broers en zussen in de jaren ’50 bijna elk jaar een treinreis van een week naar Rome. Tijdens zo’n reis stond altijd een audiëntie bij de Paus op het programma. Daardoor had mijn vader Pius XII leren kennen als een wijs man, die met lichte stem voorzichtig sprak. Maar mijn vader was ook realist genoeg, aldus Berkelaar, om anno 1963 te erkennen, dat de opstelling van de Paus tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland inmiddels een brandende kwestie was geworden, waarvan het vuur nog lang niet was gedoofd.

Door de enorme ophef over “Der Stellvertreter” opende het Vaticaan, volgens Berkelaar min of meer gedwongen, de archieven van paus Pius XII tien jaar eerder dan te doen gebruikelijk. Het Vaticaan had niets te verbergen over de opstelling van Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Door het zien van “Der Stellvertreter” ging mijn vader zich verder verdiepen in de problemen, waarmee de katholieke kerk in Duitsland worstelde. Hij schreef daarover in De Tijd en sprak daarover op de KRO-radio.

 

Tiel, 8 januari 2021

 

==============================================

 

 


 


 


 


 

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten