Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

zaterdag 12 juni 2021

Generalogisch blog 548

Ontsnapt uit Westerbork

In zijn boek “De Ondergang” stelde Jacques Presser (1899-1970), dat slechts 210 Joodse gevangenen uit Durchgangslager Westerbork wisten te ontsnappen, op eigen gelegenheid, dan wel met hulp van buiten af. Loe de Jong (1914-2005) nam in zijn standaard werk over Nederland in de Tweede Wereldoorlog dat aantal over. De Jong schreef:

“Er zijn in totaal tweehonderdtien Joden uit Westerbork gevlucht: honderddrie-en-vijftig in de periode juli ’42-september ’43, zeven-en-vijftig nadien. Daarmee bedoelen wij dan Joden die het kamp binnengevoerd waren om gedeporteerd te worden. Er waren anderen die, bijvoorbeeld in opdracht van de Joodse Raad, in het kamp werkzaam waren en dan van tijd tot tijd naar hun woonplaats konden terugkeren: zij konden, als zij dat wensten, wegblijven en dat deden verscheidenen (hoevelen, weten wij niet).”

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork gaf in 2003 het boekje “Een gat in het prikkeldraad” uit, waarin gesteld werd, dat de door Presser en De Jong genoemde aantallen aan de lage kant waren. Een nieuw getal werd echter in dat boekje niet genoemd.

Op transport vanuit Westerbork naar een van de vernietigingskampen, foto wikimedia

Wils ’t Hart kwam in 2003 in haar afstudeerscriptie, getiteld “Ik zou in mijn tranen willen wegzwemmen”, tot een aantal van meer dan 300 ontsnapten, van wie ze de meesten met name noemde. Nadeel van het aantal, dat Wils ’t Hart noemde, is het feit dat zij bij de ontsnapten ook degenen telde die uit een van de treinen naar het Oosten zijn ontsnapt.

Erik Schaap kwam na gedegen onderzoek in zijn blog uit op 264 personen die tussen 1 juli 1942 en 12 april 1945 uit Westerbork wisten te ontsnappen, voor kortere of langere tijd. Van de meeste personen gaf Schaap enkele bijzonderheden.

David Aronson

Een van de ontsnapten uit Westerbork was Meijer Swaab, die op 5 november 1926 in Utrecht werd geboren. Zijn ouders waren de handelsreiziger Philip Swaab (1898-1944) en Sara Zegerius (1900-1944). Philip en Sara kregen vier kinderen. Oudste dochter Heintje van 13 mei 1919 ging na haar schooltijd werken als leerling-verpleegster bij de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Daar leerde ze David Aronson kennen, met wie ze in het huwelijk trad. David kwam ter wereld in Arnhem op 17 december 1915. Zowel Heintje als David kwamen in Westerbork terecht op 10 december 1943. Nog geen twee maanden later, nl. op 8 februari 1944, werd Heintje op transport gesteld naar Auschwitz. David ontsprong die dans, vermoedelijk, omdat hij in mei 1940 als verpleger Duitse soldaten heeft verzorgd. Na de oorlog hertrouwde David. Hij overleed in Hulst op 23 februari 2007 op de leeftijd van 91 jaar.

Het tweede kind van Philip Swaab en Sara Zegerius was zoon Lion Meijer, die op 2 april 1922 werd geboren. Op 12 april 1942 verloofde Lion zich met Miep Cohen. Lion werd echter door de Duitsers opgepakt en kwam op 10 december 1943 in Westerbork aan. Vandaar ging hij naar Auschwitz op 25 januari 1944. Lion heeft het in Auschwitz lang volgehouden. Hij bezweek kort voor het einde van de oorlog op 2 mei 1945 ergens in Duitsland tijdens een van de dodenmarsen.

Verloofd

Hoe het Miep Cohen verder is vergaan, heb ik niet kunnen achterhalen.

Het derde kind van Philip Swaab en Sara Zegerius was dochter Judith, die in 1925 geboren werd. Judith heeft als enige van het gezin de oorlog overleefd. Zij is gestorven in Utrecht op 23 maart 1950. Zij was toren 25 jaar. Van haar ouders is moeder Sara in Auschwitz omgekomen op 28 januari 1944. Het transport van Westerbork naar Auschwitz van 27 januari 1944 bestond uit 948 Joden. Bij de selectie werden 190 mannen en 69 vrouwen geschikt verklaard om in het kamp te werken. De overige 689 mensen werden direct vergast.

Philip Swaab arriveerde in Westerbork op 5 oktober 1942. Aan het einde van die maand was ook zijn bestemming Auschwitz. Daar moest hij waarschijnlijk werken in een van de subkampen van Auschwitz. Hij stierf op 31 januari 1944 ergens in Midden Europa.

Nadat de Duitsers Meijer Swaab hadden opgepakt, werd hij op 20 april 1943 overgebracht naar Westerbork en kwam hij terecht in barak 68. Hij is vrijwel zeker, dat Meijer zodra hij in Westerbork aankwam, plannen moet zijn gaan maken om te ontsnappen. Een week later al, op 27 april 1943 slaagde hij erin de benen te nemen. Hoe is mij niet bekend. Op zijn kaart bij de Joodse Raad vroeg men zich af of hij mogelijk met verlof was. Een kleine acht maanden heeft Meijer kunnen genieten (?) van zijn herwonnen vrijheid, al moest hij natuurlijk wel steeds op zijn hoede zijn. In december 1943 werd hij weer in zijn kraag gevat en overgebracht naar Westerbork. Daar kwam hij op 10 december 1943 terecht in barak 67, een van de drie strafbarakken.

Strafbarak 67, reconstructie

De drie strafbarakken van Westerbork bevonden zich in de uiterste noordoost hoek van het kamp. Ze waren extra omheind met twee eigen wachttorens. De bewoners werden onderworpen aan een zwaarder regime, ze kregen onder meer minder te eten dan de andere kampbewoners en moesten dwangarbeid uitvoeren. Vaak waren de gevangenen in de strafbarakken aan de beurt bij het volgende transport naar het Oosten.

Meijer Swaab ging op 25 januari 1944 met het transport van 647 andere gevangenen mee naar Auschwitz. Vermoedelijk dankzij zijn ijzeren gestel en de wil te overleven hield hij het uit in Auschwitz tot aan de ontruiming van het kamp in het voorjaar van 1945. Tijdens een van de dodenmarsen is Meijer bezweken aan uitputting, ziekte, kou en honger. Hij heeft de bevrijding niet mogen halen, want hij overleed korte tijd later, zoals dat heet, ergens in Midden Europa. Op de site Joods Monument staat als datum van zijn overlijden 21 januari 1945 vermeld. Deze datum kan echter niet kloppen. Zijn overlijden moet na 25 januari 1945 hebben plaats gevonden.

 

Tiel, 12 juni 2021


 


 


 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten