Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

dinsdag 10 augustus 2021

Genealogisch blog 563

Joodse communisten

Voor de Tweede Wereldoorlog kende ’s Gravenhage bijna net zo’n levendige Jodenbuurt als Amsterdam. De buurt lag achter de Nieuwe Kerk aan het Spui, tussen de Stille- en Amsterdamse Veerkade, de Gedempte Burgwal en de Gedempte Gracht.

De Haagse Jodenbuurt

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden er in de buurt verschillende Joden, die communist waren. Op de Gedempte Gracht nr. 9 woonden een aantal Joodse communisten bij elkaar in een huis. In dat huis woonden in 1941 Jacob Koopman, zijn vrouw Hendrika Koopman-Engelsman, de zoon van Jacob, Barend Koopman, Herman, Salomon en Joseph Velleman en hun echtgenotes en kinderen en Antonius Fein.

Jacob Koopman werd in Amsterdam geboren op 10 februari 1903. Hij was de tweede van de vier kinderen van Barend Koopman en Sara Bromet. Jacob had een oudere en een jongere broer en een zus. Bij de keuring voor militaire dienst bleek Jacob een lengte te hebben van 1.69 m. Hij kreeg direct te horen, dat hij definitief was afgekeurd vanwege de problemen die hij had met zijn rug. Mogelijk waren zijn communistische sympathieën toen al bekend. In die tijd verdiende hij de kost als slager.

Jacob Koopman

Ik heb niet kunnen achterhalen wanneer of waardoor Jacob aanhanger is geworden van het communisme. De beschikbare bronnen geven alleen aan, dat hij het op een bepaald moment was.

Op 19-jarige leeftijd gaf Jacob in Amsterdam zijn ja-woord aan Bertha Polak op 17 mei 1922. Bertha kwam op 12 juli 1902 ter wereld in Amsterdam. Ten tijde van de huwelijks plechtigheid was Bertha al zwanger van haar eerste kind. Op 16 oktober 1922 werd oudste zoon Barend geboren. Na Barend volgden nog drie kinderen, de dochters Schoontje van 25 september 1924 en Sara van 11 september 1929 en tenslotte zoon Emanuel van 23 november 1930. Deze laatste drie kinderen werden allen vergast in Auschwitz, samen met hun moeder.

Het huwelijk tussen Jacob Koopman en Bertha Polak werd ontbonden op 1 oktober 1934. Zoon Barend ging bij zijn vader wonen, de andere kinderen bleven bij hun moeder. Op 18 augustus 1937 hertrouwde Jacob met de 25-jarige Hendrika Engelsman. Hendrika, geboren op 3 april 1912 in Rotterdam, was eerder getrouwd geweest met Leendert Neuburger. De scheiding vond plaats op 6 juli 1935.  Hendrika en Leendert hadden samen een zoon, die Jacob heette en die na de scheiding bij zijn moeder bleef wonen. Hendrika was een dochter van Benjamin Engelsman en Roosje van der Sluis. Ook zij was aanhangster van het communisme.

Marktkaart van Jacob Koopman

Jacob Koopman verdiende in die tijd zijn brood als marktkoopman in groenten en fruit. Hij woonde in de Joodse Houttuinen op nummer 44 tweehoog. Voordien heeft hij een tijdje in Rotterdam gewoond. Sinds 26 oktober 1934, weer terug in Amsterdam, was hij gerechtigd alle soorten vis te verkopen. Half mei 1938 verhuisde Jacob met zijn gezin naar de Jodenbreestraat en ging hij weer fruit verkopen. In november 1938 verkaste Jacob met echtgenote Hendrika en de zonen Barend en Jacob Neuburger naar de Gedempte Gracht nummer 9 in ’s Gravenhage.

De SD, onder leiding van Fritz Ernst Wilhelm Koch (1879-1961) van de afdeling Judenreferat, deed op 6 juli 1942 een inval in de woning Gedempte Gracht 9 om daar alle woonachtige Joodse communisten, onder wie Jacob Koopman, Hendrika Koopman-Engelsman en Barend Koopman, te arresteren. Dankzij de twijfelachtige medewerking van de Nederlandse (politie) autoriteiten was de SD hen op het spoor gekomen. Al voor de oorlog werden communisten in ons land nauwkeurig in de gaten gehouden.

Tijdens de Bijzondere rechtspleging in de jaren 1945-1952 veroordeelde de rechtbank Koch in 1949, onder meer voor zijn aandeel bij het oprollen van het Haags communistisch verzet en voor het organiseren van de transporten van Joden van ’s Gravenhage naar Westerbork, tot een gevangenisstraf van 10 jaar. In 1952 droegen de Nederlandse autoriteiten Koch over aan Duitsland, waar hij de rest van zijn straf heeft uitgezeten.

Over de arrestatie van Jacob Koopman schreef Rudie Harthoorn op zijn website “Haags communistisch verzet” het volgende:

“Hij werd gearresteerd bij een actie tegen communistische Joden, die allemaal in hetzelfde pand woonden, door Fritz Koch van het Judenreferat. Ook zijn echtgenoot, zijn vermoedelijke verwant Barend (neefje?), twee leden van de familie Velleman en Antonius Fein werden bij dezelfde actie gearresteerd.”

Harthoorn, geboren in 1946 als zoon van de Haagse communistische verzetsman Willem Lodewijk Harthoorn (1913-1994) en Petronella Kok, had in zijn boeken en op zijn website pittige kritiek op auteurs, die over het Haags communistisch verzet onjuiste of valse informatie verschaften. Het is daarom jammer, dat hij zelf niet de moeite genomen heeft na te gaan wat de relatie tussen Jacob Koopman en Barend Koopman was. Het was voor mij een peulenschilletje te achterhalen, dat het hier om vader en zoon ging.

Overigens bestond er al sinds 1935 een samenwerkingsverband tussen Nederlandse Inlichtingen Diensten en de Gestapo in de jacht op communisten, waarbij vooraanstaande Nederlandse autoriteiten en politici vaak de andere kant opkeken, terwijl ze volledig op de hoogte waren van de gang van zaken, zo heeft Harthoorn aangetoond.

Het Oranje Hotel

Na hun arrestatie werden Jacob Koopman, zijn zoon Barend en tweede vrouw Hendrika Koopman-Engelsman opgesloten in het Oranje Hotel, de gevangenis in Scheveningen. Ruim een maand later, op 17 augustus 1942, werden Jacob en zijn zoon Barend overgeplaatst naar concentratiekamp Amersfoort. Daar meldde Jacob zich bij de kamparts op11 september 1942. Hij had last van eczeem en kreeg daarvoor een zalfje. 

Hendrika Koopman-Engelsman zat langer in het Oranje Hotel vast, totdat zij op 4 oktober 1942 aankwam in Westerbork. Terwijl Hendrika in Westerbork verbleef, heeft ze op 22 oktober 1942 een verzoek ingediend herenigd te worden met haar man, die toen nog in Kamp Amersfoort zat. Het verzoek werd uiteraard afgewezen. Nog geen drie weken later ging Hendrika op transport naar Auschwitz, waar ze op 26 oktober 1942, direct na aankomst verdween in de gaskamers.

Kampkaart van Barend Koopman

Op 5 november 1942 volgde voor Jacob en Barend overplaatsing naar concentratiekamp Mauthausen. Uit het feit, dat beiden nog weer overgeplaatst werden naar concentratiekamp Gusen, een subkamp van Mauthausen en niet naar een vernietigingskamp werden gestuurd, kunnen we afleiden, dat ze bestraft werden voor hun communistische idealen dan wel voor hun verzetsactiviteiten.

Jacob Koopman bezweek in Gusen op 16 november 1942. Als officiële doodsoorzaak gaven de nazi’s op:

“Auf der Flucht erschossen.”

Zoon Barend Koopman hield het wat langer vol in Gusen dan zijn vader. Hij stierf op 15 januari 1943. 

Akte van overlijden van Barend Koopman

Op 2 juni 1952 werd het overlijden van Barend Koopman officieel geregistreerd in het overlijdensregister van ’s Gravenhage.

 

Tiel, 10 augustus 2021

 


 


 


 


 


 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten