Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

maandag 6 november 2017

Genealogisch blog 237





Weinig opvallend stel

 Wie het voorportaal van de St. Maartenskerk in Ophemert binnenstapt wordt direct getroffen door de twee rouwborden die daar hangen. De rouwborden herinneren aan twee schoonzussen uit het geslacht Van Haeften. Aan de rechterzijde hangt het rouwbord van Margriet van Haeften-van Lynden (1699-1761), de echtgenote van Barthold van Haeften (1692-1772), over wie ik al eerder vertelde. In dit verhaal gaat de aandacht uit naar Françoise van Haeften-van Til, wier rouwbord ter linkerzijde in het voorportaal van de kerk hangt, en haar echtgenoot Walraven van Haeften.

St. Maartenskerk in Ophemert
St. Maartenskerk in Ophemert

Het is niet bekend waar en wanneer precies Françoise van Til geboren is. Wel weten we wie haar ouders waren, nl. Gijsbert van Til en Elisabeth Margriet van Olmus genaamd Mulstro, over wie verder ook niets bekend is.
Françoise ging met Walraven van Haeften op 31 juli 1717 in Ophemert in ondertrouw, nadat zij een dag eerder de huwelijkse voorwaarden hadden laten vastleggen. Deze huwelijkse voorwaarden behoefden de goedkeuring van de Stadhouder van de lenen van Gelderland, voor zover deze betrekking hadden op de hofstede te Delwijnen, die uit de familie van de moeder van Walraven kwam. Daarnaast had Walraven van zijn moeder geërfd:

“Een obligatie ten laste van het Kwartier van Nijmegen ten comptoire van Bommel [Zaltbommel] van 3800 gulden; een obligatie ten laste van idem van 400 gulden; op de provincie Utrecht een capitael ad 875 gulden; op de erve Jacob Evertse een capitael van 300 guldens: rente winnende tegen vijf ten honderd; in contant geld 900 guldens van het vercogte goet te Meteren; in Overbetuwe tot Driel een bouwhof, groot 13 mergen; vier mergen bouwlandt int Steenderse blok en twee mergen Elsen bos tot Ophemert int blok d’Auwelingh gelegen. Drie mergen weylandt in de muijse campe te Zennewijnen gelegen. Vier en een halve mergen weijland op Ommeren gelegen”.
Geen onaantrekkelijke partij dus.
Op 8 augustus 1717 vond het kerkelijk huwelijk tussen Walraven en Françoise plaat in Nijmegen met attestatie van Ophemert. Blijkbaar was Françoise afkomstig uit Nijmegen. Één van de getuigen bij het huwelijk van Walraven en Françoise was Frans van Haeften uit Hien. Het paar ging wonen op Kasteel Ophemert. Françoise was een maand voor haar huwelijk aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente van Ophemert en Zennewijnen (St. Maartenskerk). Van Françoise, stiftsfreule van Zennewijnen, weten we verder nog, dat zij op 8 januari 1730, samen met haar kamermeisje Johanna Vuur, doopgetuige is geweest. Nog geen drie weken later overleed ze op 26 januari 1730. Ze werd begraven in het familiegraf naast de St. Maartenskerk. Een jaar later werd haar nalatenschap verdeeld tussen haar erfgenamen.

Rouwbord Francoise van Til
Rouwbord Francoise van Til

Opvallend aan het rouwbord van Françoise van Til zijn de acht kwartieren, maar ook, dat de tekst op het bord meer over haar echtgenoot gaat dan over haarzelf. Maar ook over echtgenoot Walraven van Haeften is niet zo gek veel bekend. Op internet is bijna geen informatie over hem te vinden in tegenstelling tot zijn naamgenoot en grootvader Walraven van Haeften (1646-1733) die getrouwd was met Francina van Kockengen (1610->1659). Om informatie over Walraven te vinden was het nodig literatuur te lezen en verschillende archieven te bezoeken. Je zou kunnen zeggen, dat Walraven en Françoise een weinig opvallend stel waren, die gewoon hun werk deden en verder niet van poespas hielden in tegenstelling bijv. tot Barthold van Haeften, de jongere broer van Walraven. Er zijn ook geen afbeeldingen bekend van Walraven en Françoise van Til.
Walraven van Haeften werd op 25 oktober 1683 in Ophemert geboren. Zijn ouders waren Reinier van Haeften en Adriana Maria de Cock van Delwijnen. Al op jonge leeftijd maakte Walraven deel uit van de Ridderschap van Nijmegen, waartoe hij op 1 april 1713 werd geadmitteerd.  Hij was lid van de Gelderse Landdag. Van 1706 tot 1709 was Walraven dijkgraaf en heemraad van de Tieler- en Bommelerwaard. Volgens het Wapenalbum van de Bommelerwaard voerde Walraven  het Châtillonwapen met als helmteken een gouden kroon waaruit twee paardenbenen van sabel met hoeven van goud naar buiten gericht.

Het Châtillonwapen zoals Walraven van Haeften dat voerde
Het Châtillonwapen zoals Walraven van Haeften dat voerde
Walraven werd in 1715 honorair directeur van het Stift  in Zennewijnen. In die hoedanigheid maakte hij in 1744 een einde aan een conflict met de jonkers uit de Tielerwaard over de prebendes. In 1726 nam Walraven van zijn oom Johan de Cock van Delwijnen het ambtmanschap over  van de Tieler- en Bommelerwaard, een functie die hij uitoefende tot 1746.

Hij erfde van zijn oom ook de Heerlijkheid Delwijnen. Toen zijn vader in 1733 overleed, erfde Walraven, als oudste zoon op dat moment, de Heerlijkheid Ophemert, hij was nu Heer van Ophemert en Zennewijnen en van Delwijnen.
Ik heb er in dit Genealogische blog al eerder op gewezen, dat de leden van de Ophemertse tak van het geslacht Van Haeften, er veel aangelegen was hun grondbezit in en rond Ophemert, en de daaraan verbonden rechten, te vergroten. De tienden, landerijen en andere goederen in Ophemert (met inbegrip van de pastoralia van de Sint Lambertskerk) van de Paulusabdij in Utrecht werden steeds door een rentmeester van Gedeputeerde Staten van Utrecht beheerd, totdat Walraven alles op 31 juli 1720 aankocht voor fl. 218.000. Daarbij nam Walraven de verplichting op zich uit de opbrengst van de tienden de predikant van Ophemert te betalen.

Maquette van de Paulusabdij in Utrecht door G.M.J. Engelbregt en J.B.A. Terlingen, 2010
Maquette van de Paulusabdij in Utrecht door G.M.J. Engelbregt en J.B.A. Terlingen, 2010

Op 5 december 1721 verkochten Walraven en Françoise van Til op hun beurt weer een aantal van deze goederen aan 14 verschillende kopers, maar zij behielden de tienden en een aantal landerijen, waaronder de hofstede “De Abdij”. Daarnaast was Walraven ook eigenaar van diverse percelen boomgaard in de Uilike, de Beuningen en elders in Ophemert. In de Uilike kreeg hij in 1724 verder nog 24 hond kersenboomgaard als onderpand voor een lening van fl. 500 die hij versterkt had aan Uyke Formijne, weduwe van Dirk van Hemert, en haar kinderen.
In de jaren 1724 en 1725 kwam er een groot schip met geld voor Walraven binnengevaren. Hij was voor 1/3 deel erfgename van zijn moeders broer Johan de Cock van Delwijnen, volgens diens testament van 31 januari 1724. Hij erfde onder meer de hofstad te Delwijnen (Gelders leen 302a), waarmee hij op 10 december 1725 werd beleend. Tevens erfde hij voor fl. 35.000 aan obligaties, waaronder een obligatie van fl. 15.000 die zijn vader Reinier van Haeften, aan zijn oom schuldig was. Hij erfde ook verschillende landerijen in Delwijnen, waarvan hij een deel in 1737 doorverkocht. Van zijn ouders en grootouders erfde hij fl. 50.000 aan obligaties en meer dan 130 ha land, waaronder de Heerlijkheid Ophemert en Zennewijnen. Walraven en Francoise kochten op 8 augustus 1727 voor fl. 22.700 de rest van de bezittingen, die de Paulusabdij in Utrecht bezat in Ophemert, zoals “De Willigenhaar” en goederen van de St. Lambertuskerk. Walraven kwam in 1737 in conflict met enkele geërfden over de verbreding van een sloot op de Beuningen onder Ophemert. Hij moest hen schadeloos stellen. In 1741 verwierf Walraven de smalle tiend in Driel en 1745 voegde hij boerderij “de Pippert” toe aan zijn bezit. In datzelfde jaar werd hij eigenaar van het voetveer Zennewijnen-Dreumel.
In zijn functie als ambtman maakte Walraven weinig bijzonders mee. Het Kwartier van Nijmegen benoemde hem in 1736 tot gecommitteerde van de monstering en de staat van oorlog. In 1738 was Johannes Henricus Stiksner veroordeeld tot opsluiting in het Provinciale Tuchthuis in Zaltbommel wegens sodomie. Hij werd echter niet opgesloten vanwege plaatsgebrek. Walraven verzocht het Kwartier van Nijmegen daarop het vonnis te doen uitvoeren. Het Kwartier van Nijmegen legde de zaak voor aan de Staten van Gelre, die besloten vervolgens, dat het vonnis uitgevoerd moest worden en dat, als dat werkelijk niet mogelijk was, de ambtman (Walraven) de bevoegdheid kreeg Stiksner uit de provincie te verbannen.
Een andere zaak waarbij Walraven betrokken was ging over het bestuur van Driel, dat deels uit katholieken bestond en deels uit gereformeerden. De bestuurders konden het over een aantal kwesties niet met elkaar eens worden, waarop Walraven het Kwartier van Nijmegen verzocht in deze zaak beslissingen te nemen. Ook dit probleem werd voorgelegd aan de Staten van Gelre. Die benoemden een commissie die op de volgende Landdag een advies moest uitbrengen. De Staten van Gelre gelasten naar aanleiding van het advies, dat partijen het onderling maar eens moesten zien te worden.

Rouwbord voor Walraven van Haeften
Rouwbord  Walraven van Haeften

Het huwelijk tussen Walraven van Haeften en Françoise van Til bleef kinderloos. Mogelijk ook een reden waarom dit paar zo onopvallend was. Walraven overleed op 62-jarige leeftijd op 30 september 1746 in Utrecht. Enkele dagen later werd hij in de St. Maartenskerk in Ophemert begraven. Ook voor hem is er een rouwbord gemaakt. Bij zijn overlijden bestond zijn omvangrijke vermogen voorde helft uit obligaties van het Kwartier van Nijmegen. Zijn nalatenschap, bestaande onder meer uit de Heerlijkheid Ophemert en Zennewijnen en Kasteel Ophemert en vele andere goederen, kwam voor een belangrijk deel in handen van zijn broer Barthold.

Tiel, 6 november 2017

Geen opmerkingen:

Een reactie posten