Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

donderdag 2 november 2017

Genealogisch blog 235



De Esch

In het buurtschap Hien, aan de oostzijde van Dodewaard en niet te verwarren met het dorp Hien in de westelijke Betuwe, het tegenwoordige Waardenburg, ligt aan de Kerkstraat het adellijke huis “den Esch”. Het huis heeft een omlopend schilddak. De naamgeving van het huis heeft onder genealogen, die de familie Van Haeften bestuderen, vaak geleid tot verwarring, omdat in Tuil ook een huis stond, dat “den Esch” heette. Onderzoek heeft duidelijk gemaakt, dat de leden van de familie Van Haeften, die eigenaar waren van huis “den Esch” in Hien, oorspronkelijk afkomstig waren van het huis “den Esch” (ook wel de Nesch of Esch genoemd) in Tuil. Mogelijk hebben ze het huis in Hien vernoemd naar het huis in Tuil.
De oudst bekende bewoner van het huis in Hien uit het geslacht Van Haeften was Marten van Haeften, die getrouwd is geweest met de in 1603 overleden Margaretha van Loe. Het paar had twee dochters, Margriet en Geertruid, die beiden van vader Marten op 26 april 1619 een stuk land van 6 morgen, genaamd Boumancamp en gelegen in de kerspel Hien in de Nederbetuwe, gedoneerd kregen als een soort alimentatie, omdat ze verder niets erfden, en twee zonen Otto en Frans (ook wel François en Jan François genoemd). Marten was heemraad van de Nederbetuwe tussen 1593 en 1619.

Den Esch in Hien
Den Esch in Hien

Buiten deze kinderen hadden Marten en Margaretha nog twee andere kinderen: een zoon Arnt, die in 1621 trouwde met Elisabeth Coeper, en een dochter, Wilhelmina genaamd, die in het huwelijk trad met Paulus Oom Godschalk van Wijngaarden. Zij beiden spelen in dit verhaal verder geen rol.
De hiervoor genoemde zoon Otto, van Marten van Haeften en Margaretha van Loe, was luitenant en getrouwd met Francisca van Woerkum. Op 14 maart 1622 erkenden Otto en Francisca voor de substituut ambtman van de Nederbetuwe 4144 Carolus gulden en 20 stuivers schuldig te zijn aan Derick Suirmondt en Jenneken Stijpen, die in Nijmegen woonden. Zij beloofden hun schuld af te lossen in twee gelijke delen met Kerstmis 1622 en 1623. Twee jaar later, in 1625 en 1626 verkocht Otto zijn bezittingen in Hien aan zijn broer Frans, die in 1640 kerkmeester en in 1661 ouderling was van de kerk in het voormalige dorp. In dezelfde tijd verkocht Otto ook nog andere stukken land, zoals “Die Vroomkens” en de “Achtersten Boumancamp”.
Als kerkmeester liet Frans zich niet onbetuigd. In de loop der jaren sprak hij verschillende lidmaten van de kerk aan op het feit, dat ze achterbleven in het terugbetalen van hun schuld aan de kerk. Was Frans streng voor anderen als het op terugbetalen aan de kerk toekwam, zelf nam hij het niet zo nauw. Zo klaagde de classis van Tiel in 1646 bij Johannes van Raesfeld, de ambtman van Nederbetuwe, dat jonker Francois van Haeften, die als kerkmeester ter plaatse bij de kerkrekening over 1645 een bedrag van fl. 250,- had ontvangen voor herstel van een kerkmuur, zich hierin tot dusver nalatig had betoond. Frans stichtte wel in de kerk de Onze Lieve Vrouwe Vicarie. Het collatierecht daarvan was verbonden aan het bezit van “den Esch”. Frans was ook heemraad van Nederbetuwe.
Zijn echtgenote was Sibilla Suermondt. Het echtpaar lijftochtte elkaar in 1653 aan hun bezittingen in Hien en Dodewaard. In het verpondingscohier (belasting) van Hien uit 1650 waren Frans en Sibilla van:

 “Sijn Edeles huys ende hoffstat, boomgaart, 2 morgen met de lange boomgaart”.
Toen Frans het huis van zijn broer Otto kocht, luidde de omschrijving 4 morgen, huis en hofstad. Pas in 1660 werd het bezit v an Frans en Sibilla in Hien voor het eerst “den Esch” genoemd. Frans overleed vóór oktober 1670, nalatende vrouw en vijf kinderen. Naar verluidt hertrouwde Sibilla met Johan van Haeften, die de zoon was van Arnt van Haeften, heer van Geerenstein en Drumpt en de broer van Everke van Haeften, die aan de basis stond van de Duitse tak van de familie. Dat zou mogelijk een verklaring kunnen zijn, waarom het onderstaande portret van Otto Paul van Haeften, hoewel tegenwoordig te zien in Kasteel Ophemert, nog steeds eigendom is van de Duitse tak van de familie.

Otto Paul van Haeften
Otto Paul van Haeften

Van de kinderen van Frans en Sibilla was tweede zoon Otto Paul (geb. 1631) het duidelijkst over zijn afkomst. Deze luitenant in het Hollandse leger noemde zich “Otto Paul van Haeften tot den Esch”. Otto Paul trouwde op 12 januari 1667 in Ochten met Anna Maria Bodeck, wier ouders op het goed Teisterbant in Avezaath leefde en die met attestatie in 1660 geregistreerd stonden als lidmaten van de hervormde kerk van Kerk- en Kapel-Avezaath.
De oudere broer van Otto Paul was Marten van Haeften, die in 1627 in de Domkerk van Utrecht werd gedoopt. Ook Marten koos voor een militaire carrière. Hij was in 1659 vaandrig en in 1760 kapitein in het leger van Prins Maurits. In 1650 is hij in Zutphen getrouwd met Mechteld Scheffer (Schiffort) en in 1670 werd hij vermeld als eigenaar van “den Esch”. Nog geen vijf jaar later overleed Marten kinderloos.
Bij akkoord van oktober 1670 ging “den Esch” over aan Johan Goris, een neef van echtgenote Mechteld. Deze sloot in 1676 met de weduwe en de kinderen van Frans van Haeften een compromis om een einde te maken aan een geschil over “den Esch”. Bepaald werd, dat Johan Goris “den Esch” zou overdragen aan Marten Coolwagen met de verplichting Sibilla Suermondt en haar dochters Sibilla en Margaretha van Haeften te onderhouden. Jonker Marten Coolwagen, heer van Essenburgh in Hierden, was een maand eerder getrouwd met dochter Sibilla van Haeften. Johan Goris zegde ook toe de schulden van Marten van Haeften en diens vrouw over te nemen.

Ingang van den Esch anno 2013
Ingang van den Esch anno 2013

Verder nam Johan Goris nog een paar verplichtingen op zich. Hij zou aan Otto Paul van Haeften een geborduurde draagband en een gouden signet (zegelstempel) van diens overleden broer Marten overdragen. Zus Margaretha kreeg het kleine horloge en broer Casper de sjerp van Marten.
Toen Marten Coolwagen niet aan zijn verplichtingen voldeed, spande Johan Goris in 1686 een proces tegen hem aan. Het Hof stelde Johan Goris op 13 februari 1686 in het gelijk en verleende hem het recht van executie. Maar in 1693 deed Johan Goris alle rechten en het bezit van “den Esch” over aan Margaretha van Haeften, met uitzondering van het verwin dat de erfgenamen van Marten Coolwagen daarop hadden. Daarvoor stelde Johan Goris twee obligaties à resp. 1417 en 500 gulden als borg ter handen van Gerard Schul, schepen van Tiel. Echter, in 1701 verkocht Margaretha van Haeften op haar beurt “den Esch” aan het echtpaar Alard Bernard Hackfort en Johanna Françoise Coolwagen, de dochter van Sibilla van Haeften en Marten Coolwagen. Het huwelijk tussen Sibilla van Haeften en Marten Coolwagen, werd op 12 november 1676 in Hien voltrokken. In de huwelijksakte werd Sibilla “tot den Esch” genoemd.

den Esch, anno 2013
den Esch, anno 2013

Voordat Sibilla van Haeften en Marten Coolwagen in het huwelijk konden treden, moesten de nodige moeilijkheden overwonnen worden. Sibilla moest haar vriend Marten sommeren de gedane huwelijksbelofte gestand te doen. Hoewel zij reeds een dochter hadden, was het nog niet tot een huwelijk gekomen. Tijdens de procesgang wist Sibilla brieven van Marten te overleggen, waarin hij haar “lieve nicht en bedgenote” noemde. Voldoende bewijs om Marten te dwingen tot de huwelijksvoltrekking.
Toen hun dochter Johanna Françoise Coolwagen eigenaresse van “den Esch” werd en huwde met Alard Bernard Hackfort, was het huis “den Esch” definitief verdwenen uit het bezit van de familie Van Haeften.

Tiel, 2 november 2017

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten