Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

vrijdag 27 april 2018

Genealogisch blog 279


Magna Pete

In 1949 is voor het eerst gedocumenteerd, dat mijn vader, Albert Welling (1922-1983) werkte voor de Rotterdamse RK. Toneelgroep Magna Pete. Als gastregisseur en ontwerper van het decor was hij betrokken bij de uitvoering van ‘Water in de Woestijn’, een spel in drie bedrijven van de voormalige perschef van de Gemeente Rotterdam Jan Nieuwenhuis. Mijn vader had het regisseren van amateurtoneelgezelschappen als het ware met de paplepel naar binnengekregen van zijn vader. Nu hij een vaste baan had bij de krant, had hij weinig tijd meer om zijn vroegere hobby, het schaken, te beoefenen. Met het regisseren bij verschillende gezelschappen verdiende hij bovendien nog wat geld, een welkome aanvulling op zijn salaris. In de jaren 1950-1952 was mijn vader de vaste regisseur van Magna Pete. Twee maal per jaar werd, met wisselende bezetting, een stuk opgevoerd, in februari en in april.

Albert Welling
Albert Welling

In de aankondiging van de opvoering van ‘Water in de Woestijn’ noemde het bestuur van Magna Pete mijn vader:

“..een jong en bekwaam katholiek regisseur, die zijn sporen reeds heeft verdiend en bezig is zich een grote naam te verwerven.”
Magna Pete speelde het stuk ter gelegenheid van het 12½ jarig jubileum van de vereniging in gebouw Palace in Rotterdam op  25 september 1949. In zijn inleiding op ‘Water in de Woestijn’ schreef mijn vader in het programmaboekje, dat het stuk zich afspeelde in Frans Marokko tijdens de Eerste Wereldoorlog en dat Nieuwenhuis erin geslaagd was de ontwikkelingsgang van de kleine Fatima ‘klaar en rechtlijnig’ te schilderen midden in het oorlogsgeweld. Hij ging verder:

“Onzerzijds hebben wij ten aanzien van dit spel weinig pretenties. De gave samenhang bewaren, de zacht poëtische sfeer accentueren en voor alles het samenspel bevorderen waren onze oogmerken. Dat wij daarnaast de kansen, die de schrijver ons bood, om hier en daar spanning en levendige actie ten tonele te voeren, niet hebben verwaarloosd, moge zonder meer duidelijk zijn.”
Op 19 februari 1950 stond mijn vader weer met Magna Pete op de planken. Op het programma stond nu het blijspel in drie bedrijven ‘Ik houd van je…dat is alles’ van de Engelsman Jerome K. Jerome (1859-1927) in een bewerking van de Nederlandse toneelschrijver Kees Spierings (1898-1972). In de begeleidende tekst gaf mijn vader aan, dat het stuk de draak stak met een van Engelands schoonste adellijke tradities: een jonge Lord trouwde met een cabaretartieste.

Willy Corsari, foto Jacob Merkelbach
Willy Corsari, foto Jacob Merkelbach

Later in het voorjaar van 1950 gaf mijn vader leiding aan de uitvoering van het politiespel ‘Het mysterie van de vrouw die terugkeerde’ van Willy Corsarie (1897-1998). Met het stuk had Willy Corsarie aangegeven niet alleen romans te kunnen schrijven, 


“maar zij kende ook de fijne kneepjes van de toneelschrijfkunst.”

De detective werd op 30 april 1950 opgevoerd, uiteraard in Palace, de thuisbasis van Magna Pete. Ter herdenking van de 25ste sterfdag van Herman Heijermans (1864-1924) werd na de pauze nog diens spel ‘Nocturne’ opgevoerd.
Door zijn werk voor Magna Pete kwam mijn vader in contact met het echtpaar Johan en Miep Juray. Tussen mijn ouders en Johan en Miep ontstond een vriendschap die er onder meer toe leidde, dat ik een paar keer bij hen in de Rotterdamse Talmastraat ging logeren. Johan en Miep hadden drie dochters, ongeveer van dezelfde leeftijd als ik. Tijdens die logeerpartijen maakte ik met hun dochters met rubberen mallen beeldjes van gips. Toen heel populair. Wanneer het gips voldoende uitgehard was en het rubber er vanaf kon, dan schilderden we de beeldjes in de fraaiste kleuren. Na enkele jaren verdween Johan van het toneel, zijn huwelijk met Miep was over de houdbaarheidsdatum heen. Voor mij was dat de eerste keer dat ik een scheiding meemaakte. Samen met zijn broer Jan had Johan een timmerbedrijf, dat de decors bouwde voor de stukken die Magna Pete opvoerde. Jan Juray (1914-1984), heeft eind jaren ’50 het gezamenlijke timmerbedrijf de rug toegekeerd om over te stappen naar het professionele toneel.

Jan Juray
Jan Juray

Magna Pete organiseerde elk jaar voor de kinderen van de leden een Sinterklaasfeest, waar mijn vader een paar keer optrad als de Goedheiligman.
‘Moord in het klooster’ is een toneelspel in 12 taferelen naar het gelijknamige boek van Eric Shepherd (1892-1955). Jos Detony bewerkte de thriller voor toneel in een uitgave van Ons Lekenspel. In februari 1951 stond het stuk op het programma van Magna Pete. Mijn vader was deze keer niet alleen verantwoordelijk voor de regie, maar ook voor het decorontwerp. 

Moord in het Klooster
Moord in het Klooster

Een moord verstoorde de rust in een kosmopolitische kloostergemeenschap, waaraan een meisjespensionaat verbonden was. In zijn toelichting gaf mijn vader aan met de regie getracht te hebben:

 het filmisch en caleidoscopisch element in dit spel zo scherp mogelijk te accentueren.”
Na de gebruikelijk opvoering op 4 februari in gebouw Palace volgde nog een opvoering in de Stadsschouwburg van Rotterdam. Het stuk was een succes, gezien de vele bekroningen. Het werd in de periode 20 april t/m 1 mei 1950 nog zes maal opgevoerd ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Afdeling Schiedam van de Katholieke Arbeiders Beweging.
Tijdens het congres van Ons Lekenspel in 1954 vond de middagzitting een bekroning in de ‘gave’ opvoering van ‘Moord in het Klooster’ door Magna Pete onder regie van mijn vader. De voorstelling maakte deel uit van het concours dat Ons Lekenspel had uitgeschreven. Dagblad De Tijd deed verslag:

“Zoals de jury na afloop opmerkte, heeft ‘Magna Pete’ voortreffelijk werk geleverd, minstens even goed als ‘Mozes Bosch’ ( de voorafgaande) dinsdagavond had gedaan met ‘Elckerlyc. Dat de laatste desalniettemin een eerste prijs kreeg – honderd gulden en een medaille, beschikbaar gesteld door het Prins Bernhard Fonds – dankte de groep van Kees Spierings aan het bovendien uitstekend brengen van enige fragmenten. ‘Magna Pete’ ontving een medaille.”
Op 29 april 1951 speelde Magna Pete in Palace de klucht ‘De hele stad is er vol van’ van het Amerikaanse schrijversduo John Emerson (1874-1956) en Anita Loos (1889-1981). Ook nu voerde mijn vader de regie. Over de bedoeling van het stuk schreef hij het volgende in het programmaboekje:

“Nadat ‘Magna Pete’ in dit seizoen bij de opvoeringen van ‘Blijde Dagen’ en ‘Moord in het Klooster’  tot op de bodem van haar kunnen moest tasten, heeft zij het zich ditmaal voor het slot aanmerkelijk gemakkelijker gemaakt .
‘De hele stad is er vol van’ is een stuk zonder moeilijkheden. Het is een aaneenschakeling van de meest enorme dwaasheden en de enige bedoeling van deze opvoering is dan ook de toeschouwers een avond uitbundige pret te bezorgen.”
Op 7 oktober 1951 leidde mijn vader Magna Pete weer in ‘Ons Stadje’ van de Amerikaanse schrijver Thorton Wilder (1897-1975) in de vertaling van  A.L. de Blieck-Kist. 

Thornton Wilder
Thornton Wilder

Martin Duinstee was verantwoordelijk voor het decorontwerp. De decors werden gebouwd door de Firma  Gebr. Juray. Mijn vader schreef in zijn inleiding:

“’ Ons Stadje’ van de Amerikaanse schrijver Thorton Wilder is n.l. een vrij ongewoon stuk. U heeft een dergelijk soort toneel misschien nog niet eerder gezien en daarom is een kleine introductie beslist geen overbodige weelde. Want van alles waaraan U bij het toneel gewend bent geraakt vindt U vanavond niets terug. Er is geen intrige, geen langzaam groeiende spanning, geen verrassende ontknoping en helemaal geen overdaad van decors of rekwisieten.”  
Het geheimzinnige spel ‘Het geheim van Dr. Spencer’ werd geschreven door Mr. H.M. Planten. Magna Pete voerde het stuk onder regie van mijn vader op in Palace op  24 februari 1952. In zijn inleiding op het stuk gaf hij aan, dat de detective gerekend moest worden:

 “…tot de allerbeste, wat op dit terrein in de laatste tientallen jaren door Nederlandse schrijvers is gewrocht. Het is een spel, waarin bij een uiterst sober woordgebruik een maximum aan spel en spanning wordt opgeroepen. Wie uit deze opmerkingen zou willen concluderen, dat wij dit spel kritiseren vergist zich. Zij dienen slechts ter motivering van de hoofdgedachte onzer regieopvatting. Die opvatting kan worden samengevat in één woord: ‘Tempo’. Tempo, opdat de contrastwerking nog scheller, de spanning nog heviger en Uw (plezierige) ontzetting nog groter zal zijn.”
In de recensie van het stuk kopte Dagblad De Tijd: ‘Magna Pete in vierde versnelling’. De krant schreef:

“Regisseur Albert Welling had zijn gezelschap ‘Magna Pete’ in de vierde versnelling gezet, wat tot het gelukkige resultaat leidde, dat het tempo vele oneffenheden in Planten’s spel verdoezelde en het schrikelement, dat in het stuk rijkelijk aanwezig is, sterk accentueerde.”
Aangenomen moet worden, dat mijn vader tot 1952 aan Magna Pete verbonden is geweest en dat de opvoering van ‘Het geheim van Dr. Spencer’ zijn laatste werk is geweest voor het gezelschap. In een artikel in Het Vrije Volk ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de vereniging vertelde voorzitter Henk Haazer, dat mijn vader als regisseur opgevolgd werd door zijn vriend Martin Duinstee, die op zijn beurt in 1956 het stokje weer overgaf aan Steye van Brandenburg.
Door zijn werk als vaste regisseur van Magna Pete en door zijn bestuurlijke werk voor het (katholieke) amateurtoneel genoot mijn vader bij velen een zekere faam, die hij later verder zou uitbouwen door zijn reportages voor dagblad De Tijd.

Tiel, 27 april 2018






Geen opmerkingen:

Een reactie posten