Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

dinsdag 8 augustus 2017

Genealogisch blog 212



Isidor/Jack/Jacques

Drie namen voor één en dezelfde persoon. Isidor Koopman werd geboren in Amsterdam op 11 maart 1931. Zijn ouders waren Salomon Koopman en Mietje Fransman. Het was binnen het gezin Koopman de gewoonte de kinderen met andere namen aan te spreken dan hun officiële. Oudste zoon Emanuel, die op 10 mei 1940 nog kans had gezien naar Engeland te ontkomen, werd Eddy of Edward genoemd. Dochter Hendrika, die Auschwitz overleefde en na de oorlog een bekend actrice werd, noemden haar ouders Rita. Tweede zoon Mozes, die ook Auschwitz overleefde, ging door het leven als Maurits. En zo kreeg Isidor de naam Jack of Jacques. Salomon Koopman en Mietje Fransman kwamen beiden om in Sobibor, de kinderen overleefden allen de oorlog.

Mietje Fransman
Mietje Fransman

Dat Jack uit de klauwen van de Duitsers wist te blijven, had hij vooral aan de koelbloedigheid van zijn moeder te danken. De leden van het gezin Koopman, die in de Kromme Mijdrechtstraat in Amsterdam woonden, werden op 8 april 1943 op transport gesteld naar concentratiekamp Vucht. Moeder Mietje kwam met haar dochter Rita en met Jack in het vrouwenkamp terecht. Vader Salomon en zoon Maurits zaten in het mannenkamp. Op 24 mei 1943 werden vader Salomon, moeder Mietje en Jack op transport gesteld naar Westerbork. Maurits en Rita moesten om de een of andere reden in Vucht achterblijven. Rita werkte in het zgn. Philipscommando. Na lang aarzelen had Philips besloten mee te werken aan een verzoek van de SS om de gevangen in Kamp Vucht werk te verschaffen. In het Philipscommando genoten de gevangenen enige bescherming, omdat Philips de verantwoordelijkheid voor de te werkgestelde gevangenen op zich had genomen. Philips maakte in Vucht knijpkatten en radiotoestellen. Uiteindelijk kon Philips niet voorkomen, dat de Joden op transport werden gesteld.

Plattegrond van concentratiekamp Vucht

Onderweg naar het station in Vucht haalde moeder Mietje een briefje van tien gulden tussen haar kleren vandaan, gaf het aan haar jongste met de dringende opdracht uit de chaos weg te komen, zich te verstoppen en, wanneer de kust veilig was, met de trein terug te gaan naar Amsterdam. In de hoofdstad moest Jack zich melden bij Sjouke, de vriend van zijn zus. Bij diens ouders verbleef hij tien weken. Sjouke bracht Jack daarna door naar Venhuizen in de kop van Noord Holland, waar hij tot aan de bevrijding verbleef.
Moeder Mietje zorgde er in Vucht en later in Westerbork nog voor, dat de naam van Isidor Koopman voorkwam op de transportlijst van de trein naar Westerbork en vervolgens op die van de trein naar Sobibor, waarheen Salomon en Mietje de volgende dag werden gestuurd tezamen met nog 2853 andere gevangen genomen Joden. De handelwijze van moeder Mietje zorgde ervoor, dat de Duitsers geen argwaan kregen. Op 28 mei kwam het transport aan in Sobibor, nog dezelfde dag werden alle mensen vergast, dus officieel ook Isidor, die echter alleen op papier in Sobibor is geweest. In de Burgerlijke Stand van Amsterdam is nog steeds te vinden, dat hij op 28 mei 1943 gestorven zou zijn. Het laat zich raden hoe moeder Mietje zich gevoeld moet hebben in de trein op weg naar Westerbork en Sobibor.

Jack Koopman
Verklaring voor de Engelse autoriteiten

In een verklaring, die Jack op 21 april 1953 voor de autoriteiten van het Engelse Ministerie van Binnenlandse Zaken aflegde, vertelde hij hoe hij na de oorlog in een kinderkamp in Engeland terecht kwam, vermoedelijk Wrens Warren Camp waarheen kinderen uit Noord Holland door het Rode Kruis werden gestuurd om aan te sterken. Vanuit het kamp, waar hij acht weken verbleef, benaderde Jack zijn broer Eddy die in High Wycombe, niet ver van Londen, woonde. Eddy nam Jack in zijn huis op. In januari 1946 begon Jack op de Mill End School in High Wycombe.
In 1953 werkte Jack en verdiende daarmee £ 6.10.0. per week. Na aftrek van belasting, vergoeding voor kost en inwoning en zijn eten hield hij daarvan £ 2 over. Aan spaargeld had hij £ 25. Hij volgde op dat moment de avondschool en zijn vooruitzichten als levensmiddelentechnoloog waren uitstekend. Bovendien kon hij, indien nodig, altijd op zijn broer terugvallen, die inmiddels in Manchester een goedlopende zaak in antiek had. Een oom in Nederland had Jack £ 500 toegezegd.
Hij verklaarde, dat politiek hem niet interesseerde. Maar als hij zou moeten kiezen, dan zou hij eerder rechts dan links stemmen. Hij woonde in Slough en nam daar volop deel aan het sociale leven. Hij was lid van de tafeltennisclub van zijn werkgever. De conclusie van de autoriteiten was in 1953 dan ook:

“The applicant has not been the subject of inquiry by any Goverment Department. There is no reason to doubt his loyalty, nothing is known to his detriment and no valid reason can be suggested why he should not be granted the Certificate for which he now applies.”
Korte tijd later werd Jack medefirmant in de zaak van zijn broer. Samen richtten de broers in 1960 het bedrijf E. & C. T. Koopman & Son op, dat zich minder met antiek bezig hield en meer en meer ging handelen in zilverkunst. Later kwam de zoon van Eddy, Michael, ook in de zaak. Het bedrijf werkte aanvankelijk vanuit een kleine winkel in Manchester, maar groeide uit tot een belangrijke speler op de wereldmarkt voor zilverkunst met de hoofdvestiging in Londen. Het bedrijf werd een belangrijke leverancier van bekende musea in Engeland en de USA. Het bedrijf E. & C. T. Koopman & Son is inmiddels in handen van de derde generatie en heeft een naamsverandering ondergaan naar Koopman Rare Art.

Zilverkunst uit de collectie van Koopman Rare Art

Eind jaren ’50 van de vorige eeuw trad Jack in het huwelijk met Elisabeth Kuiper, dochter van Ruud Kuiper en Elisabeth Wilfert. Het paar kreeg drie dochters.
Jack overleed, na een kort ziekbed, op 60-jarige leeftijd thuis in Londen op 20 maart 1991. Onder meer de New York Times publiceerde naar aanleiding daarvan een In Memoriam.

Tiel, 8 augustus 2017
 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten