Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

maandag 29 april 2019

Genealogisch blog 364



Begijntjes

Sinds 1389 woonden vrouwen samen in een soort kloostergemeenschap op het Begijnhof in Amsterdam. Het Begijnhof was geen hofje met allemaal dezelfde huisjes als particuliere oudedagsvoorziening, zoals Amsterdam meerdere hofje kende. Op het Begijnhof stonden allemaal verschillende stadshuizen. Van de oorspronkelijke houten huizen is er nog een over, de oudste houten woning van Amsterdam.
De begijnen hadden meer vrijheden dan gewone kloosterzusters. Ze leefden niet afgezonderd van de wereld en ze legden ook geen levenslange geloften af, behalve de gelofte van kuisheid. Ze waren gehoorzaamheid verschuldigd aan de pastoor van het hof en ze moesten ongehuwd zijn. Wanneer ze dat wilden konden de vrouwen op elk moment het Begijnhof verlaten en bijv. trouwen.
Tijdens de reformatie was het Begijnhof het enige instelling die de katholieken in Amsterdam mochten behouden. Wel moesten ze de kerk die midden op het hofje stond afgeven. De kerk kwam in handen van Engelse presbyterianen. Sindsdien heet de kerk tussen de twee bleekveldjes op het hofje de Engelse Kerk. Tegenover de ingang van de kerk verbouwde Philip Vingboons (1607-1678) twee woonhuizen tot een nieuwe kapel voor de katholieke eredienst, de HH. Johannes en Ursula kapel. In 1971 overleed het laatste begijntje. Na de daarop volgende renovatie bestaan alle woningen uit twee of drie kamers. Sindsdien wonen er constant 105 bewoonsters, want er wonen alleen vrouwen.

Begijnen op het Begijnhof
Begijnen op het Begijnhof

Vroeger kende het Begijnhof slechts een toegang en later meerdere toegangen, tegenwoordig zijn er twee ingangen, waarvan die aan het Spui wel de bekendste is. Tegenwoordig is het Begijnhof vooral een toeristische trekpleister, al klagen de moderne bewoonsters regelmatig over de grote overlast die de buitenlandse toeristen veroorzaken. Toeristen generen zich niet om de huizen ongevraagd binnen te lopen, wanneer de deur openstaat.
Ik kan me herinneren, dat de kapel van de HH. Johannes en Ursula in mijn jeugd af en toe ter beschikking werd gesteld van orthodoxe Russische katholieken, die er dan hun eredienst hielden. Was er weer zo’n dienst, dan nam mijn vader ons mee naar de kapel in plaats van naar onze eigen parochiekerk. Mijn vader vond de orthodoxe eredienst prachtig mooi, vooral de gezangen. Als kind vond ik die gezangen ook wel mooi, en het vele wierrook, maar ik herinner me vooral, dat er geen einde aan die diensten kwamen. Ik vond een gezongen hoogmis in onze eigen kerk al zo lang duren, maar aan die orthodoxe dienst kwam maar geen einde. Een dan is tweeëneenhalf uur stilzitten een hele opgaaf.

Begijnhof 23, rechts
Begijnhof 23, rechts

In september 1924 kwam Cecilia Welling op het Begijnhof wonen op nummer 23 huis. Van de gelofte van kuisheid zal Cecilia weinig last meer gehad hebben, ze was al 86 jaar oud, toen ze de woning betrok. 

Woningkaart Begijnhof 23 huis
Woningkaart Begijnhof 23 huis

Cecilia Geertruida Welling werd geboren in Amersfoort op 21 februari 1838, ’s morgens om 5.00 uur. Ze was het derde kind van Hendrik Welling (1807-1800) en Clasina Tolboom (1809-1852). De twee kinderen van Hendrik en Clasina, die voor Cecilia werden geboren, overleden op jonge leeftijd. In feite was Cecilia dus het oudste kind. Toen haar vader haar geboorte ging aangeven, togen Pieter Boon (geb. 1811) en Berend Langras (geb. 1812) met hem mee als getuigen.

Huwelijksakte Welling x Damman
Huwelijksakte Welling x Damman

Na haar schooltijd vertrok Cecilia, net als veel andere vrouwelijke familieleden, naar Amsterdam om zich daar als dienstbode te verhuren. In 1851 woonde ze op de Oude Schans. In Amsterdam leerde Cecilia Antoni Willem Hermanus (Antoni) Damman uit Hattem kennen. Op 18 november 1863 gaven Cecilia en Antoni elkaar het jawoord op het stadhuis van Amsterdam. Daarbij waren Hermanus Kraan, Hendrik Sas, Dirk Clement en Johannes Bernardus Kerckerinck hun getuigen. De bediende en latere koopman Antoni was een zoon van Jurriaan Cramer Damman en Maria Clara Vonk. Mogelijk is een klein probleempje bij hun huwelijk geweest het feit, dat Antoni hervormd was, terwijl Cecilia katholiek was.
Binnen een jaar na de voltrekking van hun huwelijk kregen Cecilia en Antoni hun eerste kind. Een zoon, die ze Jurriaan Hendrik noemden. In de daarop volgende jaren werden nog zes kinderen in Amsterdam geboren. Het gezin Damman woonde aanvankelijk op twee adressen in de Jordaan, in 1874 volgde een verhuizing naar de P.C. Hooftstraat. Vandaar trokken Cecilia en Antoni en hun kinderen naar Baarn, waar op 26 juli 1881 jongste dochter Elisabeth Johanna Hendrika (Elisabeth) werd geboren.
Vanuit de Nassaulaan in Baarn verhuisde het gezin in 1905 naar Utrecht. In 1908 heeft Cecilia, samen met haar dochter Elisabeth, weer in Amsterdam in de Swammerdamstraat gewoond. Voor een periode van acht maanden woonden moeder en dochter bij Lambertus Welling (1845-1829), een jongere broer van Cecilia. Waren er huwelijksproblemen tussen Cecilia en Antoni? Was het grote gezin te veel voor Cecilia? We weten het niet. Feit is, dat Cecilia en Elisabeth in augustus 1908 weer terug gingen naar Utrecht. Vandaar verhuisde het gezin Damman in 1911 weer naar Baarn.

Antoni overleed in Amsterdam op 20 juli 1922. Hij was toen 81 jaar oud. Twee jaar later, t.w. op 3 september 1924 betrokken weduwe Cecilia en haar jongste, ongehuwde dochter Elisabeth, komende vanuit Baarn, de woning Begijnhof 23 huis. De woningkaart van Begijnhof 23 huis (zie boven) geeft inderdaad aan, dat er op dat adres in de genoemde periode twee vrouwen woonden. Tweeëneenhalf jaar later verhuisde Cecilia naar de woning Begijnhof 35 huis. De gemeente Amsterdam hield tussen 1924 en 1989 van elke bewoonbare woning op een zgn. woningkaart bij wie er op een bepaald adres als hoofdbewoner verbleef.


Begijnhof 35 huis, achteraan
Begijnhof 35 huis, achteraan
Toen haar moeder naar Begijnhof 35 huis verkaste in 1927, betrok Elisabeth woonruimte in het St. Bernardusgesticht aan de Marnixstraat / Nieuwe Passeerdersstraat. Na gesterkt te zijn door de HH. Sacramenten overleed zij daar op 1 maart 1929. Vier dagen later vond de ter aardebestelling van haar stoffelijke resten plaats op het RK. Kerkhof Buitenveldert.
Bidprentje voor Elisabeth Johanna Hendrika Damman
Bidprentje voor Elisabeth Johanna Hendrika Damman

Het lijkt logisch te veronderstellen, dat Elisabeth is overleden door verdriet over het overlijden van haar moeder, zo oud was ze nog niet. Cecilia Geertruida Welling, weduwe van Antoni Damman, was nl. op 91-jarige leeftijd op 25 januari 1929 overleden in haar huisje op het Begijnhof.

Woningkaart Begijnhof 35 huis
Woningkaart Begijnhof 35 huis
Van het overlijden van Cecilia Geertruida Welling, werd op 26 januari 1929 aangifte gedaan. De woning Begijnhof 35 huis heeft tot 17 mei 1929 leeggestaan alvorens Wilhelmina Koppenschaar daar haar intrek nam.

Tiel 29 april 2019

 






 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten