Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

maandag 7 maart 2016

Genealogisch blog 30



De Dag die aan Rotterdam voorbij ging

Er zullen heel weinig mensen zijn die (nog) weten, dat Uitgeverij De Spaarnestad in 1962 heeft overwogen een nieuwe katholieke krant op de markt te brengen. In het voorjaar van dat jaar kreeg mijn vader, Albert Welling, als chef-redacteur van dagblad De Tijd/De Maasbode de opdracht ideeën te ontwikkelen voor de profilering en organisatie van dit nieuwe katholieke dagblad. 


Old Mac
Het favoriete sigarettenmerk van mijn vader

Voordat mijn vader zijn ideeën toevertrouwde aan de directie van De Spaarnestad in een officiële nota, omschreef hij eerst de contouren van de nieuwe krant voor zichzelf in een schriftje. Voor zo’n klus trok hij zich terug in zijn studeerkamer in ons huis op de Bredeweg in Amsterdam. Mijn moeder waakte er dan voor, dat wij kinderen niet bij hem naar binnengingen. Papa moest werken. Als we dat al deden, dan waren we weer snel buiten, want als mijn vader zat te schrijven, dan stak hij de ene sigaret met de andere aan. Altijd zijn vertrouwde merk Old Mac. Verder rookte hij niet veel. Was de klus geklaard, dan moest het ‘kamertje’, zoals zijn studeerkamer heette, dagenlang gelucht worden om alle stank van de sigaretten weg te krijgen

In november 1962 stuurde mijn vader zijn uitgewerkte ideeën naar de directie van De Spaarnestad.

schrift
Schrift met ideeën voor een nieuw katholiek dagblad

Een kopie van de uiteindelijke versie van de nota bevindt zich in het archief van het Katholiek Documentatie Centrum van de Radbouduniversiteit van Nijmegen. Mijn vader koos voor de opzet van het nieuwe katholieke dagblad voor de benadering vanuit de lezer:


“Als men schrijft, moet men voor hem (de lezer) lezen en dus al schrijvende aan hem denken. Het is dus niet een vorm van zelfexpressie, maar zich richten tot iemand, die recht heeft op informatie….. De krant is niet bedoeld voor de directeuren….Wij hebben dus de plicht en alleen de plicht alleen voor de lezer te schrijven.”



Mijn vader gaf vervolgens een kenschets van de lezer. De gemiddelde lezer heeft de intelligentie van een kind van twaalf jaar, maar:


“Ook zit onder het publiek de man, die er alles van weet. In tijdschriften wordt vaak zoveel kennis verondersteld. Wij mogen dus geen kennis veronderstellen. Een goed verhaal is dus zo duidelijk mogelijk. Evengoed als wij niet alles weten en kennen, weet een ander dit. Een artikel, dat zo goed is voor de insiders, is een slecht artikel voor de lezer.”



Het uitgangspunt van mijn vader was, dat het uitgeven en redigeren van een dagblad vormen van dienstverlening zijn. Als naam voor het nieuwe katholieke dagblad stelde hij ‘De Dag’ voor. Deze naam zou, zonder problemen te onthouden zijn en makkelijk in de mond liggen. Hij verwachtte, dat de nieuwe naam een maand na de lancering ingeburgerd zou zijn. De Dag moest snel, modern en slagvaardig zijn.

Albert Welling
Albert Welling


Mijn vader zou de nieuwe krant het liefst op tabloidformaat zien verschijnen, maar adviseerde dat toch niet, omdat hij veel weerstand tegen dat formaat verwachtte en omdat hij problemen voorzag met grote advertentiecampagnes, die alle berekend waren op het bekende formaat van de kranten. Naast een steunkleur bepleitte mijn vader:


“Men kieze voor de gehele krant een nieuwe kleur inkt. Persoonlijk denk ik hierbij – om niet al te revolutionair te worden – aan een bruine tint, zoals voorkomt op de omslag van ‘Ben je zestig!’ Dit gebruik moet een verrassend effect hebben, zeker als men het – en dat is mijn tweede voorstel – combineert met ten minste een extra kleur (rood), die functioneel gebruikt wordt.”



Mijn vader stelde voor De Dag te laten verschijnen met meer kolommen per pagina dan de meeste Nederlandse kranten. Om De Dag modern te maken zou de achterpagina aan het normale Nederlandse gebruik van advertentiepagina onttrokken moeten worden en moeten veranderen in een sportpagina. Qua inhoud wilde hij een krant die zich richtte op human interest:



“Onder ‘human interest’ versta ik niet de klassieke verhalen over scheidende filmsterren of andere halfblote juffrouwen. Ik geloof, dat ‘De Dag’ zich juist op dit stuk als wezenlijk katholiek moet manifesteren, zonder dat overigens ooit hardop te zeggen. Mijn ‘human  interest-story’ is positief Zij wordt geschreven voor de lezeressen, van wie men weet dat zij daarvoor beslist belangstelling zullen hebben.”



De showbusiness moest, in de optiek van mijn vader, ruim aan bod komen, evenals strips, een feuilleton, een politieke prent en een vrouwenrubriek. Alles gelardeerd met veel beeldmateriaal.

In een sociale rubriek zag hij voor De Dag een krachtig sellingpoint. Schoonschrijverij en langschrijverij waren in zijn visie verboden en zeker het gebruik van vreemde woorden. De vorm moest zo eenvoudig mogelijk zijn. In zijn dagelijkse commentaar moest De Dag strijdbaar en slagvaardig zijn. Wat betreft geloofszaken diende De Dag vooral op simpele wijze uit te leggen, waarbij de krant het groeiende aantal onkerkelijke katholieken niet tegen het hoofd zou mogen stoten.

De Dag moest volledig losgemaakt worden van De Tijd De Maasbode, er mocht zelfs niet in hetzelfde gebouw gewerkt worden. De nieuwe krant, met vestigingsplaats Rotterdam, zou alleen een dagredactie krijgen en de regionale binding moest groot zijn.

Mijn vader eindigde zijn nota met een profielschets van de nieuw te benoemen hoofdredacteur:


“Reeds verscheidene malen is de rol van de hoofdredactie ter sprake gekomen. Strijdbaarheid en slagvaardigheid zijn onderlijnd, ook het religieuze aspect is ter sprake gebracht. Ik ontkom er echter niet aan – ook al wil ik hem dwingen naar wat algemeen menselijk is – ook zijn politieke figuur te belichten. Ten aanzien daarvan het volgende:

·        Hij is niet politiek gebonden

·        Ik zie hem als behorend tot de linker vleugel van de KVP, d.w.z. dat hij een open oog heeft voor de belangen der arbeiders en vooral voor allen, die nog minder bedeeld zijn, zonder daarbij de belangen van middenstanden en tussengroepen uit het oog te verliezen. Hij zal goede initiatieven van de PvdA prijzen, PvdA-kiezers niet afstoten, doch de PvdA als zodanig niet aanhangen.

·        Hij staat vrij tegenover alle kwesties, waarbij geloof en zeden slechts zijdelings in het geding zijn. Hij zal daarvoor ook ruimte scheppen en op die manier rand-katholieken voor wezenlijke zaken kunnen binden.”



Vervolgens pleitte mijn vader ervoor De Dag ‘met alle middelen die de moderne reclame biedt’, te lanceren.

Een nieuw katholiek dagblad kwam er niet. Maar waar zouden, later, de bedenkers van Metro en Spits hun ideeën vandaan gehaald hebben?



Tiel, 07-03-2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten